Maandag 31 oktober 2005
Welkom, Week 44.
Voor en achter de boeg genoeg; mijn debuut in Hilvarenbeek gisteren
(in de Gouden Carolus, voor de Stichting Tussen Hemel en Aarde)
vond gisterenmiddag plaats tijdens een aangenaam brabants-vlaams-kempens
treffen.
Ik maakte onder meer kennis met Jan en zoon Emmanuel Naaijkens en mocht
een kwartiertje babbelen voor de plaatselijke radio (luistercijfers
mij onbekend). Veel aanwezigen waren op de hoogte van het Concert
des Levens in de Tilburgse Concertzaal aanstaande woensdag de tweede
november; het feit dat ik in 1 programma zit met Daniel Wayenberg en
een wonderkindtweeling van 7 jaar speelt mee, vooral wannneer je je
ironische Passage-Henx-foto ziet afgedrukt op de voorpagina van Wegeners
Tilburgse StadsNieuws. In elk geval verheug ik mij op het samenspel
met Ruud Bergamin en Wim Warman, sax en piano.
Of ik woensdag niet in Amsterdam moest zijn, was een vraag van interviewer
Emmanuel. En op mijn verwonderd kijken, verduidelijkend: de herdenking
van Theo van Gogh.
Ach - voorzichtig uitte ik mijn mening, min of meer overeenkomstig de
strekking van Remco Camperts CAMU-column in de Volkskrant, een jaar
geleden, waarmee ik op deze plek mijn instemming betuigde.
Het deed mij genoegen in het televisieprogramma Woestijnruiters
van de VARA op het derde net (kijken zondagsavonds: zeer communicatief)
van Remco zelf te horen dat hij nog altijd achter zijn woorden staat,
en daar geen spijt van heeft.
Twee keer komt Max Pam over Theo van Gogh te praten in Het Parool
van afgelopen zaterdag; eerst in de Klapstoel waarin hij zegt
bezig te zijn aan een boek over Van Gogh; van de ouders kreeg hij tien
ordners, vanaf zijn eerste publieke uitingen op zijn 14e. De nederlandse
editie zal polemischer zijn dan de amerikaanse.
In zijn eigen media-rubriek onder de titel''De' vrienden van Theo
bestaan niet' schrijft Pam:
' De vrienden van Theo van Gogh moeten eens ophouden een André
Hazes of een Jezus Christus van hun grote held te maken, enzovoort.
Heet je Elsbeth Etty dan verwijs je naar André Hazes, heet je
Freek de Jonge dan verwijs je naar Jezus Christus. Zo zegt elke vergelijking
vooral iets over degene die hem maakt. Hadden de paarden een God, dan
was God een paard.'
Hij oppert vervolgens dat er helemaal geen vriendenkring of zegsman
is: 'het enige dat de vrienden vermoedelijk gemeen hebben is dat het
individualisten zijn, die allemaal een zeker wantrouwen hebben tegenover
de autoriteiten.'
'Net als Willem Frederik Hermans was Theo van Gogh een man met twee
gezichten. Hij kon vreselijk aardig en beminnelijk zijn, maar ook vreselijk
kwaadaardig en rücksichtslos. Theo's vriendenkring heeft op de
een of andere manier eveneens twee gezichten. Theo kon onverwacht goed
opschieten met politici van allerlei signatuur; met schrijvers en ondernemers,
maar ook met taxichauffeurs en bouwvakkers. Aan de andere kant had hij
een enorme aantrekkingskracht op querulanten en andere halvegaren. Dat
wist Theo heel goed en hij maakte er gebruik van. Hij liet ze vooral
op zijn website schrijven en verkneukelde zich vervolgens over de verwarring
die werd aangericht onder degenen die al die onzin serieus namen. Nog
een paar nachtjes en het is 2 november. Wat ik ga doen, weet ik nog
niet. Misschien een filmpje pakken. Ik zou natuurlijk naar Balkenende
kunnen gaan luisteren in een winderig park. En gewoon thuisblijven kan
ook.'
Aldus Max Pam, en ik stap even over naar de VPRO-gids van afgeloppen
week, voordat die in de papierbak verdwijnt.
'De maatschappij is verslaafd aan hypes en het Journaal wordt beschouwd
als een van de dealers', verklaart Lex Runderkamp, chef researchredactie
van het NOS-Journaal.
'Politici wilden de bevolking doen geloven dat de Hofstadgroep
een gevaarlijk terroristisch netwerk was, maar verdiep je je in de feiten
dan ontdek je dat het om een stelletje puberale jongens gaat. Vroeger
trof je nog wel eens politici die hun mond hielden als ze de feiten
niet kenden. Dat slag lijkt nu uitgestorven.'
Groot respect voor de geportretteerde vrouwen in het VPRO-Tegenlicht-programma
Femmes Fatales, van Bregtje van der Haak.
Marokkaanse vrouwen, die de mannenwereld betreden, waarlijke rolmodellen,
indringend aan het woord (de bankier, de ondernemer, de burgemeester,
de hoofdredacteur, de bouwbedrijfdirecteur), een voorbeeld voor de Arabisch-Islamitische
wereld. Aanstaande zondag deel 2, over vrouwen in Saudi-Arabië.
Wij blijven nog even bij de televisie, lieve kijkbuiskinderen.
Morgenavond om elf uur op Nederland 3 het eerste deel van de tweedelige
film, die Max Pam (opnieuw Hij!) met Jan Bosdriesz maakte: W.F.Hermans:
Een overgevoelige natuur. Deel l: Het wereldbeeld. Deel 2: De polemist
wordt dinsdag 8 november uitgezonden.
Geciteerd (in het artikel over de uitzending in de VPRO-gids van deze
week) wordt Rudy Kousbroek: ' Hij vergaf je niet als je afvallig was.
En dat gebeurt wel eens als je de waarheid meer liefhebt dan de vriendschap,
zoals dat bij mij het geval is.'
Etc., in het licht van de eeuwigheid kleinigheden, waarbij het wel om
fundamentele grondslagen gaat. Waar Pam over Hermans schrijft 'hij heeft
een bijzonder leuk gevoel voor humor, kwaadaardig, agressief, geestig',
dan denk ik toch aan de slachtoffers van dat leuke gevoel, in de eerste
plaats Kees (C.) Buddingh', die Hermans' verbale klappen niet te boven
kwam.
Jammer, maar waar. Zoals zoveel jammer is, maar jammeren is uit den
boze. Wij gaan met euvele moed, goede moed, voorwaarts; het echte leven
wacht, in partnerschap. Jelui Simon.
Maandag 31 oktober 2005
Welkom, Week 44.
Voor en achter de boeg genoeg; mijn debuut in Hilvarenbeek gisteren
(in de Gouden Carolus, voor de Stichting Tussen Hemel en Aarde)
vond gisterenmiddag plaats tijdens een aangenaam brabants-vlaams-kempens
treffen.
Ik maakte onder meer kennis met Jan en zoon Emmanuel Naaijkens en mocht
een kwartiertje babbelen voor de plaatselijke radio (luistercijfers
mij onbekend). Veel aanwezigen waren op de hoogte van het Concert
des Levens in de Tilburgse Concertzaal aanstaande woensdag de tweede
november; het feit dat ik in 1 programma zit met Daniel Wayenberg en
een wonderkindtweeling van 7 jaar speelt mee, vooral wannneer je je
ironische Passage-Henx-foto ziet afgedrukt op de voorpagina van Wegeners
Tilburgse StadsNieuws. In elk geval verheug ik mij op het samenspel
met Ruud Bergamin en Wim Warman, sax en piano.
Of ik woensdag niet in Amsterdam moest zijn, was een vraag van interviewer
Emmanuel. En op mijn verwonderd kijken, verduidelijkend: de herdenking
van Theo van Gogh.
Ach - voorzichtig uitte ik mijn mening, min of meer overeenkomstig de
strekking van Remco Camperts CAMU-column in de Volkskrant, een jaar
geleden, waarmee ik op deze plek mijn instemming betuigde.
Het deed mij genoegen in het televisieprogramma Woestijnruiters
van de VARA op het derde net (kijken zondagsavonds: zeer communicatief)
van Remco zelf te horen dat hij nog altijd achter zijn woorden staat,
en daar geen spijt van heeft.
Twee keer komt Max Pam over Theo van Gogh te praten in Het Parool
van afgelopen zaterdag; eerst in de Klapstoel waarin hij zegt
bezig te zijn aan een boek over Van Gogh; van de ouders kreeg hij tien
ordners, vanaf zijn eerste publieke uitingen op zijn 14e. De nederlandse
editie zal polemischer zijn dan de amerikaanse.
In zijn eigen media-rubriek onder de titel''De' vrienden van Theo
bestaan niet' schrijft Pam:
' De vrienden van Theo van Gogh moeten eens ophouden een André
Hazes of een Jezus Christus van hun grote held te maken, enzovoort.
Heet je Elsbeth Etty dan verwijs je naar André Hazes, heet je
Freek de Jonge dan verwijs je naar Jezus Christus. Zo zegt elke vergelijking
vooral iets over degene die hem maakt. Hadden de paarden een God, dan
was God een paard.'
Hij oppert vervolgens dat er helemaal geen vriendenkring of zegsman
is: 'het enige dat de vrienden vermoedelijk gemeen hebben is dat het
individualisten zijn, die allemaal een zeker wantrouwen hebben tegenover
de autoriteiten.'
'Net als Willem Frederik Hermans was Theo van Gogh een man met twee
gezichten. Hij kon vreselijk aardig en beminnelijk zijn, maar ook vreselijk
kwaadaardig en rücksichtslos. Theo's vriendenkring heeft op de
een of andere manier eveneens twee gezichten. Theo kon onverwacht goed
opschieten met politici van allerlei signatuur; met schrijvers en ondernemers,
maar ook met taxichauffeurs en bouwvakkers. Aan de andere kant had hij
een enorme aantrekkingskracht op querulanten en andere halvegaren. Dat
wist Theo heel goed en hij maakte er gebruik van. Hij liet ze vooral
op zijn website schrijven en verkneukelde zich vervolgens over de verwarring
die werd aangericht onder degenen die al die onzin serieus namen. Nog
een paar nachtjes en het is 2 november. Wat ik ga doen, weet ik nog
niet. Misschien een filmpje pakken. Ik zou natuurlijk naar Balkenende
kunnen gaan luisteren in een winderig park. En gewoon thuisblijven kan
ook.'
Aldus Max Pam, en ik stap even over naar de VPRO-gids van afgeloppen
week, voordat die in de papierbak verdwijnt.
'De maatschappij is verslaafd aan hypes en het Journaal wordt beschouwd
als een van de dealers', verklaart Lex Runderkamp, chef researchredactie
van het NOS-Journaal.
'Politici wilden de bevolking doen geloven dat de Hofstadgroep
een gevaarlijk terroristisch netwerk was, maar verdiep je je in de feiten
dan ontdek je dat het om een stelletje puberale jongens gaat. Vroeger
trof je nog wel eens politici die hun mond hielden als ze de feiten
niet kenden. Dat slag lijkt nu uitgestorven.'
Groot respect voor de geportretteerde vrouwen in het VPRO-Tegenlicht-programma
Femmes Fatales, van Bregtje van der Haak.
Marokkaanse vrouwen, die de mannenwereld betreden, waarlijke rolmodellen,
indringend aan het woord (de bankier, de ondernemer, de burgemeester,
de hoofdredacteur, de bouwbedrijfdirecteur), een voorbeeld voor de Arabisch-Islamitische
wereld. Aanstaande zondag deel 2, over vrouwen in Saudi-Arabië.
Wij blijven nog even bij de televisie, lieve kijkbuiskinderen.
Morgenavond om elf uur op Nederland 3 het eerste deel van de tweedelige
film, die Max Pam (opnieuw Hij!) met Jan Bosdriesz maakte: W.F.Hermans:
Een overgevoelige natuur. Deel l: Het wereldbeeld. Deel 2: De polemist
wordt dinsdag 8 november uitgezonden.
Geciteerd (in het artikel over de uitzending in de VPRO-gids van deze
week) wordt Rudy Kousbroek: ' Hij vergaf je niet als je afvallig was.
En dat gebeurt wel eens als je de waarheid meer liefhebt dan de vriendschap,
zoals dat bij mij het geval is.'
Etc., in het licht van de eeuwigheid kleinigheden, waarbij het wel om
fundamentele grondslagen gaat. Waar Pam over Hermans schrijft 'hij heeft
een bijzonder leuk gevoel voor humor, kwaadaardig, agressief, geestig',
dan denk ik toch aan de slachtoffers van dat leuke gevoel, in de eerste
plaats Kees (C.) Buddingh', die Hermans' verbale klappen niet te boven
kwam.
Jammer, maar waar. Zoals zoveel jammer is, maar jammeren is uit den
boze. Wij gaan met euvele moed, goede moed, voorwaarts; het echte leven
wacht, in partnerschap. Jelui Simon.
Zaterdag/zondag 29/30 oktober 2005
" War is over if you want it" John Lennon
Alsof je tussen
de Hoekse en Kabeljauwse twisten zit, en je hoeft niet te kiezen, je
bent noch voor de een, noch voor de ander. Je zou jezelf oorlogsslachtoffer
kunnen noemen, ware het niet dat je vrede hebt gesloten (met mensen,
met de wereld, met het leven, met jezelf) en dat je de bevrijding viert,
die ieder mens toekomt en tegemoet lacht.
Nee, het westen is niet vrij, zoals het oosten nooit vrij was; overal
ter wereld worden belangengemeenschappen bijeen gehouden door niet ter
zake doende vaderlandse geschiedenisssen, terwijl in de wereldgeschiedenis
de westerse hegemonie nog zodanig is dat we geen idee van wat werkelijk
geschiedenis is, hebben.
De hedendaagse problemen en die welke zich in de toekomst nog zullen
voordoen, met oplossingen van het verleden bestrijden, helpt de wereld
geen sikkepit vooruit. De veranderingen die nodig zijn, zullen zich
met zo'n noodzaak aan ons voordoen, dat deze nood wetten gaat breken.
Welnu: ik breek de eerste wet. Ik doe aan geen enkele oorlog mee.
Dat houd ik mezelf voor, al jaren, daar hoop ik me aan te kunnen houden.
Aan alles wat zich voordoet kun je een commentaar hangen; het is altijd
om te beginnen: 'etcetera" en/of 'de andere kant van de medaille'.
Alles staat inderdaad op losse schroeven, wat in feite voor een bewust
individu overblijft is de keuze tussen wantrouwen en vertrouwen. Voor
het laatste heb ik onomstotelijk gekozen, aan de hand van levenservaring,
zelfs al die indruist tegen de hypes of mores van de dag, het een of
andere politieke denken; je hebt je eigen correctheid, integriteit en
wat wil je nog meer, daar doe je het mee. Kosmisch gezond verstand.
Daarvan afdingen, men doet maar. Cynisme leidt een kwakkelend bestaan.
De polemisten gaan in elkaars burgeroorlogje allemaal languit. Wat heeft,
wat hebben Pim F en Theo van G ons landje aangedaan! Alsof we van de
middeleeuwen in de renaissance terecht zijn gekomen! En andersom, natuurlijk:
de moordenaars zijn onder ons, en de paranoiden, en de conspirationalisten,
en de fraudeurs, en - niets meer mee te maken. De opstand der horden
en hufters...
Ik beleef mijn eigen utopia; van de ene oase in de woestijn trek ik
naar de andere; overal weldenkende mensen, gelegenheden om even stil
bij te blijven staan, stichten, lachen, begrijpen.
Ik doe dit al jaren en blijf er veel plezier aan beleven. Mensen, mensen,
mensen - toevallig wel het zout in de pap, en wat betreft de kroon op
de schepping is het nog maar even afwachten of die past...
Er valt ook te constateren een toenemend besef voor wat je te roepen
hebt op de meningen-markt; hoe vaak ook kom je niet iemand naar je hart
tegen?
In de Volkskrant vandaag een uitgebreid interview ('Liefde
is het eerste slachtoffer') van Yvonne Zonderop met de socioloog
Zygmunt Bauman (1925), die Milan Kundera's stelling onderschrijft 'dat
de eenheid van de mensheid met zich meebrengt dat je nergens meer naartoe
kunt vluchten. Er zijn geen veilige schuilplaatsen meer. In de vloeibare
tijd zijn ook de dreigingen vloeibaar. Ze stromen, vloeien, lekken,
sijpelen door. En er zijn nog geen muren gevonden om ze tegen te houden.'
'De kwetsbaarheid zweeft boven onze geglobaliseerde planeet. We zijn
allemaal in gevaar en we vormen allemaal een gevaar voor elkaar. Er
zijn eigenlijk maar drie rollen te verdelen: die van indringer, van
slachtoffer en 'omgevingsgewonde'. Voor de eerste rol zijn er kandidaten
in overvloed, en er komen dus ook steeds meer slachtoffers. De negatieve
globalisering is klaar, nu moet zijn positieve tegenhanger aan de slag.
Er moeten wereldwijde organen van politieke democratische controle worden
opgericht, wetgevend, uitvoerend en rechtsprekend. Maar tot nu toe is
er nog amper iets gebeurd op dit terrein. Het is de belangrijkste uitdaging
voor deze 21-ste eeuw. Ik hoop van harte dat we in staat zullen blijken
deze opdracht te vervullen - het is een kwestie van leven of dood voor
de menselijkheid. (...) Ik ben geen pessimist, maar ook geen optimist.
Ik geloof dat er een betere wereld mogelijk is. Dus laten we ons best
doen.'
Ik moest het weer
even (link Quotable Quotes) zelf nalezen, woord voor woord,
scanderend en rapsodiërend wat Alexander Pope (1688-1744) als eeuwige
wijsheid in dichtvorm had overgebracht:
"All nature is but art, unknown to thee,
All chance, direction which thou canst not see,
All discord, harmony not understood;
All partial evil, universal good;
And, spite of pride, in erring reason's spite,
One truth is clear - whatever is, is right."
Beste weekendgroeten van wereldburger Simon Vinkenoog.
Vrijdag 28 oktober 2005
Joep Bremmers bij
de ochtendmail: dat wil zeggen nieuwe ontdekkingen over het bezoek van
Allen Ginsberg en Simon + Barbara aan Charleville in 1982, voor een
Rimbaud-weekend.
Dat ik nog in zijn bed geslapen heb! Wat research vermag! Dat er opnamen
gemaakt zijn in Hotel Brittanica in Vlissingen; dat zoveel jaren later
te mogen vernemen; hoe interessant!
"Is Morriën al die letters waard?" vraagt Paul Arnoldussen
zich af in yesterday's Parool PS Boekenbijlage, naar aanleiding
van de biografie van Rob Molin die ik aan het lezen ben.
Zelf vind ik dus van wel; ik smul van al die wissewasjes, de honderden
noten waarheen je geslingerd wordt, elk boek dat de jonge scholier-patiënt
leent, koopt of leest - het gedoe met het geloof van pa en ma, zijn
'in zonde leven', zijn calvinistisch schuldbesef - o, wat heeft het
christelijk fundamentalisme veel kwaad aangericht aan tere kinderzieltjes...als
je hele leven een sublimatie wordt, een Fehlleistung (wat waren
die jongens 'in' Freud!), een projectie, een ego-valkuil - als je zo'n
middelpunt bent en blijft, in je eigen mijmeringen en geheimen opgesloten.
Ik weet dat over mijn leven&werk nooit zo'n verhaal geschreven zou
kunnen worden, en dat hoeft ook niet, maar in Morriëns geval lijkt
het mij, zeker voor jonge lezertjes die de literatuur of de neerlandistiek
willen beoefenen, heel interessant te lezen hoe je je debuut maakt,
de eerste passen in de republiek der letteren zet, met zijn Mandarijnen
en tijdschriftredacteuren, brieven schrijft en ontvangt, kortom hoe
het zich verder afspeelt. Of Morriën al dan niet een essentiële
figuur in de Nederlandse literatuur was, maakt mij bij deze lectuur
niets uit: shop talk en roddels blijven leuk! En er is bovendien genoeg
food for thought; en daar gaat het om.
Een goedgevulde BIM-Huiszaal
in het Muziekgebouw aan het IJ kon gisteren genieten van Theo Loevendie
meets Kristina Fuchs sonic unit, 'a tribute to Loevendie's jazz
music in honour of his 75th birthday.'
De oude meester (2 jaar jonger dan ik) blies kras op zijn sopraansax
mee in de sonic unit van Kristina's gezelschap: pianist Jeroen van Vliet,
gitarist Florian Zenker, bassist Gulli Gudmundsson en drummer Pascal
Vermeer.
Gespeeld werden de nummers die ook op de cd Bayram zijn opgenomen,
op een Roadsong van Kristina en een gedicht van Langston Hughes na:
Timboektoe, Bayram, A ruined gal, Orlando, Camel ride, Finch eye, Adana
Express, Lapsang Souchong, en Cornemuse.
Bij het nummer Finch eye werd ik naar voren geroepen om deze cd in ontvangst
te nemen; Theo L. componeerde het ooit voor mij en/of met mij in gedachten;
het is ooit als titelnummer van een Boy Edgar's Big Band-langspeelplaat
verschenen, en schijnt een veelgespeelde compositie van Loevendie te
zijn. Kristina heeft een stem om mee te dollen; ze doet enige brigitte
kaandorp-achtige sketches, en haar scats zijn verrukkelijk!
Meer info over dit concert (vanavond in De Toonzaal, Den Bosch en 12
november in De Burcht, Leiden) op www.kristinafuchs.com;
voor de cd TryTone, PO Box 58051, 1040 HB Amsterdam NL, www.trytone.org.
En opnieuw een mooie dag, dus kom, vooruit, tuinwaarts: looptraining
en lezen in de zon. Gegroet voor vandaag, Simon V.
Donderdag 27 oktober 2005
De dingen voor zichzelf
laten spreken: zou je het kunnen?
Wil je niet van alles een beschrijving, een functie, een betekenis,
een doorsnede, een omvang, woorden kortom? Hoevelen houden
zich bezig met het eigenlijke waarom? van wat er aan de hand
is, wat er te zien valt, wat er gedaan moet worden.
Ieder op zijn plek en wetend wat hem te wachten staat: de stilte die
elk werelds geruis te boven gaat. Soms is er niets te zeggen, werkelijk
niet, kun je slechts ademloos alles langs zien komen. Je hoeft niet
meer in te grijpen.
Zo het is, is het goed. Whatever is, is right. (deze uitspraak
is van Alexander Pope - ik ging weer eens langs de Quotable Quotes,
en vroeg me af of er bij al deze door elkaar gehusselde wijze woorden
en versregels nog enig system in the madness was. Uiteraard.).
Ik wilde TwenTaboe, de facsimile-uitgave van het tijdschrift
te voorschijn halen; daar speelde André van der Louw ook een
rol in. Moet ik echt alles naar boven halen, wil ik werkelijk niets
ongezegd laten?
Kersvers zwijgen. Op weg naar de tuin, even werkelijk ondergronds bezig
- een gedicht in handschrift overschrijven voor Transfer Solutions,
denken aan wat ik voor Karel Hille van MUST kan doen, en me verheugen
op de griepprik vanmiddag en Theo Loevendie vanavond, in het BIMhuis
(Muziekgebouw aan het IJ) met Finch Eye, toen en nu.
Edith tocht even door; de geest gaat weer waaien, ik hoop Anton Sch.
vandaag nog te zien. Voor Willem R.uit Brussel hierbij een foto, in
1967 ergens in Amsterdam genomen: van links naar rechts Laurens (Brumes
blondes) van Krevelen, Simon Vinkenoog en Ted (Jazz is my religion!)
Joans.

You have nothing to fear from the Poet but the TRUTH!
Men zegt: de laatste mooie dagen van het jaar, profiteer ervan!
Gegroet. Simon (zelfontspanner) Vinkenoog.
Woensdag 26 oktober 2005
Wakker worden.
Ik articuleer:
"Het is nog te vroeg voor de mens om een duidelijk beeld voor
ogen te hebben van het kosmische cyclodrama.
Het is wellicht het menselijk lot dat hij 'het lichtspoor' moet volgen,
hoewel zijn intellect nooit geheel en al de uiteindelijke bron van
verlichting kan omvatten die in en door het gemanifesteerde of verlichte
heelal schijnt.
In dat geval zal de sluier van de werkelijkheid niet door de wetenschap
alleen doorbroken worden - en moet de mystieke ervaring te hulp schieten
om verzoening te bewerkstelligen.
Waar wij derhalve naar moeten streven als het doel van integratie
is een wetenschappelijk mysticisme, een synthese van hoofd en hart
- de mutatie van de verlichting.
Deze psychische revolutie ligt nog voor ons, en trekt ons aan."
Prof. Oliver Reiser in zijn boek Cosmic Humanism uit 1966.
Een interessant
boek wordt mij overhandigd door Anton Venselaar, die ik ooit in de
Houtrusthallen in Den Haag als Bisschop van de Universal Life
Church in de echt verbond met Ninouchka - het huwelijk heeft
geen stand gehouden, evenmin als dat van Herman Brood en Nina Hagen
in de film Chacha van Herbert Curiel - die nog eens
voorkomt (en gespeeld zal moeten worden) in de Wild Romance-film,
waarvan deze week de opnamen zijn begonnen.
Het gaat om Ongrijpbaren gegrepen, door Richard Kleinegris:
De Haagse jeugdsien rond de EM en SWEM, 1965-1993. Het
boek telt 304 pagina's, ruim verlucht met foto's. EM staat voor Experimentele
Maatschappij; Edith herinnert zich swingende tijden; zij is van 1954
en bracht haar jeugd-en schooljaren in Den Haag door.
Ik citeer maar even uit de verantwoording, om er universiteitsbezoekers
op deze site van op de hoogte te brengen. Seapress, uitgeverij Lakerveld,
Den Haag, ISBN -10: 907393026X:
'Voor de toekomstige beschrijver van stedelijke sociale geschiedenis
in deze periode blijft genoeg te doen. Leidraad zou daarbij kunnen
zijn dat de tegencultuur in de hofstad een heel eigen gezicht heeft
ontwikkeld vergeleken met die in onze roerige hoofdstad. Wat opvalt
aan de geschiedenis van de Haagse jongeren is dat zij praktische oplossingen
zochten voor behoeften die men had. Men begint een Experimentele Maatschappij
en ontwikkelt een eigen uitzendbureau, dat nergens zo levensvatbaar
is gebleken. Men start als eerste met hulpverlening aan jongeren vanuit
jongeren zelf, waar in andere steden deze activiteiten vaak vanuit
het gemeentelijk apparaat voorkwamen of eerder in deze werden geïncorporeerd.
Als in Amsterdam autonome krakers de stadsoorlog niet schuwen wordt
in Den Haag een - zij het omstreden - alternatief gevonden in samenspraak
met de gemeente in het tijdelijk gebruik van sloopwoningen. Jongeren
in de kraakbeweging tenslotte ontwikkelen allerlei activiteiten in
de horeca en cultuur, variërend van de De Zwarte Ruiter tot Korzo.
Deze en andere activiteiten hebben bijgedragen aan de transformatie
die de toch wat suffe ambtenarenstad Den Haag heeft ondergaan.'
En dat wordt alles van vandaag; een goed gevoel toegewenst. En van
harte gefeliciteerd, Jan Wolkers, met je 80e verjaardag; ik lees dat
er een brievenboekje uit de jaren '40 uitkomt. Ik zal het graag lezen,
met mijn neus in verleden én toekomst. Altijd Hier & Nu.
Uw aller Simon Vinkenoog, de ongrijpbare.
Dinsdag 25 oktober 2005
Aan de dichter,
over wie Rob Molin de uitputtende biografie Lieve rebel schreef,
Adriaan Morriën (1912-2002 ), onlangs uitgegeven
door de Arbeiderspers - zie de Kersvers-pagina van gisteren
- wordt dinsdag 1 november vanaf 20.00 uur in De Balie aan het Kleine-Gartmanplantsoen
10 (Leidseplein) in Amsterdam, een avond gewijd.
Ik citeer uit de uitnodiging:
'Op deze bonte Morriën-avond schetst Rob Molin het beeld van
een biograaf die in nauw contact stond met de schrijver en zijn familie.
Hoe ging hij om met vertrouwelijke informatie? Voelde hij zich een
voyeur of een vertrouwensfiguur? Hans van den Bergh laat zien welke
contacten Morriën had met buitenlandse schrijvers. Sybren Polet
vertelt over het Schrijversportest dat hij in de jaren zestig met
Morriën in gang heeft gezet, gelardeerd met herinneringen en
anekdotes. Van Carel Peeters horen we hoe hij bij Het Parool door
Morriën als criticus gevormd is. Theun de Winter geeft de libertijn
Morriën een plaats, waarbij hij herinneringen ophaalt aan hun
vriendschap. Monica Metz besluit de avond met een 'Morriën-miniatuurtje',
waarin zij vertelt hoe Morriën haar gestimuleerd heeft in haar
werk op de 'korte baan'.'
Telefonisch reserveren aanbevolen: 020-5535100, van 13.00 tot 20.30
uur.
In de vuistdikke
biografie van 644 pagina's ben ik na de eerste hapsnap-inzage dit
weekeinde, bij het eerste begin gaan lezen en weet nu meer over de
oorsprong van IJmuiden af, dan ooit tevoren. Na drie hoofdstukken
bleef ik hangen bij de zestienjarige gereformeerde jongeling die 'aan
de ellenlange preken en hun treurige verveling in zijn latere leven
een aversie zou overhouden tegen redevoeringen en lange lezingen.'
Zeer interessant zijn soms de noten: zo lees ik in noot 25 bij het
tweede hoofdstuk hoe Morriën in 1985 de 'innerlijke ruimte' typeerde:
"Wat de christen 'ziel' noemt, noem ik mijn innerlijke ruimte.
Daarmee word je geboren en die breidt zich uit door je ervaringen.
Ze is in je vroegste jeugd nog onbepaald. Door de geleidelijk toenemende
beheersing van je taal- en voorstellingsvermogen dat daarmee te maken
heeft, wordt die innerlijke ruimte groter. Die is bij mij, en ook
bij anderen, schoksgewijs vergroot."
Dat mag je wel zeggen, ja - Morriën maakte twee wereldoorlogen
mee, en ook het afscheid nemen van het godsbeeld der vaad'ren was
voor hem geen eenvoudige zaak, zoals ook blijkt uit de levens van
een aantal andere eigentijdse pennevoerders - en van hen niet alleen.
Ik onthoud me van oordelen en lees gefascineerd verder; biografieën
behoren tot mijn meest geliefde lectuur. 'De mens achter zijn werk.'
'Vorm en vent.' 'Mijn leven is mijn spelen en mijn werken.'
Ik zeg maar wat; aan het groter maken van de innerlijke ruimte komt
vanzelfsprekend nooit een eind; bij de dood knapt het ballonnetje
en blijf je achter met de herinneringen. De nabestaanden dan, zelf
maak je dan weer deel uit van een energieveld, waarin je voor de geboorte
verkeerde. Mocht ik er ooit meer van te weten komen, dan laat ik het
weten.
Over somige aangelegenheden kun je inderdaad alleen maar dán
spreken, als het om eigen ervaringen gaat - en ik mag dan duizenden
doden zijn gestorven, tijdens dit leven, en ik mag dan een aantal
malen in geestestoestanden zijn terechtgekomen, waarin de vraag dood
of leven geen betekenis meer had, maar het echte afscheid - zo van
nu dag zeggen allemaal - ik denk dat ieder verstandig mens daarover
nadenkt, en zich voorbereidt..
In 1974 gaf de toen nog Haagse uitgever Bert Bakker (neef van de gelijknamige
oprichter) een bloemlezing uit, die ik had samengesteld: Niet
Niets, de kunst van het sterven.
Ik kon hierin mijn eigen inbreng kwijt, wat ik aan poëzie en
proza tussen 1955 en 1973 over de dood had geschreven, en begon de
uitgave zelfs met een gesprek tussen haakjes met de Samensteller,
waarin deze te kennen gaf een mooie dood te willen sterven (wie niet...).
Verder bracht ik gedichten, gezangen en gebeden onder in de afdeling
Van Ik tot God :Gerrit Achterberg, Hans Andreus, e.e.cummings,
Allen Ginsberg, C.W.Leadbeater, Henri Michaux, een Navaho-gebed, Ezra
Pound, A.Roland Holst, een Sioux-gebed, Albert Verwey en C.A.Willing.
Onder Stemmen uit het Oosten nam ik teksten op van Anguttara
Nikaya, Atmananda, Kahlil Gibran, C.Jinarajadasa, K.Krishnamurti en
Meher Baba.
Als de Stem van de Mens in het Westen kwamen aan het woord
Baba Ram Dass (dr.Richard Alpert), Tina Fransen, Sergius
Golowin, J.B.S.Haldane, een Hopi-profetie, Eileen Garret, Aldous en
Laura Archera Huxley, Nikos Kazantzakis, Manly Palmer Hall, Dane Rudhyar,
Miguel Serrano, Mary Swainson, TIME en Stu Werbin over Jimi Hendrix'
Rainbow Bridge.
Van de andere oever noemde ik enkele gene-zijde-getuigenissen:
Elsa Barker, Bô Yin Râ en Gildas. Verzonden en ontvangen
brieven, de laatste afdeling (onder het motto: 'na het verlaten
van de eiwitstructuur') waren geschreven door Steve Groff, Barbara
Mohr, Noud van den Eerenbeemt, Marion, Meta, Tina Fransen, Maarten
Lietaert Peerbolte, Nel Noordzij en mijzelf.
Ooit kwam ik in de trein te zitten tegenover iemand die mij vertelde
dat Niet Niets werd gebruikt in de theologie-opleiding van
een onzer universiteiten en enige tijd geleden vroeg Albert H. mij
of het boekje van 144 pagina's niet herdrukt kon worden. Ik wil best,
dat hangt niet van mij af - ik zoek niet naar uitgevers. Er zijn wel
meer uitverkochte boeken van mijn hand, die ik opnieuw het levenslicht
zou willen laten zien: een rebirthing-serie als het ware.
Kortom, veel te doen, en het nodige te laten om voorgoed achter te
laten. Onthechten is wel het moeilijkste dat er is.
Hier, tenslotte, een der kortere citaten, als motto's door de bloemlezing
verspreid: Jorge Luis Borges, in een associatief interview met Carlos
Peralta (eerder in Randstad gepubliceerd).
"Ik denk aan de dood om me over moeilijkheden en onaangename
dingen heen te zetten. Bij moeilijkheden bedenk ik dat ik nog een
heel leven vol nieuwe ervaringen voor me heb. Ik geloof dat men zich
door zoiets aangespoord moet voelen, het overgaan van iets dat in
de grond vaststaat naar iets dat - mij tenminste - nog nooit is overkomen.
Niet om de straffen of beloningen - dat zou kinderachtig zijn -; maar
omdat er een nieuw leven begint, of omdat er niets is, wat op zichzelf
ook weer nieuw is."
Het Nieuwe Niets. Niets Nieuws. Doodgewoon. Springlevend. Het Laatste Nieuws. Gegroet, voor vandaag, Simon Vinkenoog.
Maandag 24 oktober 2005
Welkom Week
43. Na een uurtje swing op Nederland 3 (mooie zondag, leve de NPS
en de VPRO) gisterenmiddag, was ik weer volkomen in: Benny
Goodman versus Chuck Webb, wie van de twee, blank of zwart, is King
of Swing? De muziek van mijn jeugd, de jaren dertig, films en soms
Radio Hilversum via de distributie (kabels!).
King of the Road noemde Nico den Braber zich na zijn Indiareis ('Te
heet om verder te gaan') en Simon Posthuma stelde mij aan zijn
vrienden in Los Angeles voor als King of Amsterdam. Allang tevreden
met mijn rol als small niche player ('never a dull moment')
ben ik niet de enige die LIEFDE predikt. Ik zag het gisteren Freek
de Jonge doen; ik zou evenmin een meer raisonabel (beredeneerbaar!)
argument kunnen bedenken. Liefde, onvoorwaardelijk, streng, rechtvaardig,
goedertieren, welgevallig: all you need!
En dat de zachte krachten zich steeds meer doen gelden, op alle gebieden:
het is onmiskenbaar. Naast de fraude en corruptie de eros en de agape:
zo helder en klaar als Woestijnruiter Jan Wolkers hoeft uiteraard
niet iedereen te doen, maar een beetje natuur, in de omgang met anderen,
kan geen kwaad. Wie goed doet, goed ontmoet, etc. Het is zo duidelijk,
als je het eenmaal goed hebt doorgekregen; in de vorm van welke crisis
dan ook. Verwarring en crisis vergemakkelijken en bestendigen nieuwe
ideeën. Nood breekt wetten, en dat zullen wij zeker gaan meemaken.
We ain't seen anything yet!
Over 'pascaliaanse afgronden' sprak en schreef Adriaan Morriën
- hoevelen moeten daar nog doorheen. Connaissance par les gouffres
betitelde Henri Michaux zijn derde boek over mescaline, waaraan Misérable
Miracle en L'infini turbulent vooraf waren gegaan. Inderdaad:
nieuw-ontdekte informatiekanalen, waaraan de mensheid anno Nu grote
behoefte heeft.
Voorin mijn eigen openbarende boek Liefde (uit 1965) staat
als een der motto's de uitspraak van cyberneticus Norbert Wiener:
The integrity of the internal channels of human communication
is essential to the welfare of society.
And of the self, zou ik daar nu eigenwijs aan tevoegen, maar het is
een onomstootbaar feit - en het gaat natuurlijk niet zo goed met het
welzijn van de samenleving.
Liefde is een mobilisatie, een manifestatie, de uiting van het meest
gezonde verstand, het geheim van de ademhaling, de bloedsomloop en
de talloze zintuiglijke samenhangen.
De werkelijkheid is zowel veel eenvoudiger als veel ingewikkelder,
gecompliceerder dan we gewoonlijk veronderstellen: het gaat er maar
om dat ons de schellen van de ogen vallen; je ziet helaas maar al
te vaak dat mensen in hun eigen cirkelredeneringen blijven hangen,
soms verhuld achter academische prietpraat.
Leve de jazz dus: ik heb een goede bundel jazzgedichten onder ogen
om er een inleiding of voorwoord bij te schrijven. Ik zal het met
graagte doen, je kunt swingen op woorden zoals je op klanken kunt
swingen, en voor de goede verstaander, ook op Mozart, of Bach - om
maar met twee idolen op de proppen te komen.
'I didn't understand a word you read, but I liked the music!'
werd me eens door een Amerikaan toegevoegd na een voordracht;
ik bedankte voor en onthield het compliment.
De dag roept; ik hoor de buitendeur in het slot vallen, Edith zal
binnenkomen met een verhaal, geurige croissants en wellicht Trouw,
zo nu en dan. Zij ging naar de bloemenmarkt op het Amstelveld
om bloembollen in te kopen voor de tuin: parkiettulpen, narcissen,
blauwe druifjes, sneeuwklokjes, pioenroosachtigetulpen; alles voor
het komend voorjaar. Music until the end. Simon Vinkenoog.
Zondag 23 oktober 2005
Op de Noordermarkt beland, met Edith en haar moeder, op de zaterdagse boerenmarkt voor planten en boodschappen, kon ik niet nalaten bij Island Bookstore aan de Westerstraat de biografie van Adriaan Morriën, Lieve rebel, geschreven door Rob Molin (Open Domein 43, De Arbeiderspers) aan te schaffen.

Foto Bob Bronshoff - De Groene Amsterdammer 27 oktober 2001
Ik heb de ouder wordende dichter, die leefde van 5 juni 1912 tot 7
juni 2002, 90 jaar plus twee dagen, in verschillende perioden van
mijn leven gekend, ontmoet en zelfs voor hem 'gewerkt': maandelijkse
litteraire brieven uit Parijs in de jaren 1953-1956 voor het Litterair
Paspoort, waarvan hij redacteur was.
Op 22 augustus 1953 stak ik hem volgens de biograaf in een brief een
hart onder de riem: 'Je bent dus levensmoe? Dat is aan je handschrift
te zien. (...) Als jij doodgaat Adriaan, dan gaan we allemaal dood
en dat kan nu eenmaal niet. En we kunnen niet zonder je, je vrouw,
kinderen, je toekomstige romanlezers, Litterair Paspoort,
ik voor je brieven en ga maar door.'
Van de roman is nooit iets gekomen, wat de dichter Morriën, de
flanerende voyeur, ten zeerste speet. ''Inderdaad, het grote boek
over zijn jeugd en de incestueuze gevoelens voor zijn moeder bleef
onvoltooid. En Onder literatoren, zoals de roman over Hermans
moest heten, kon hij evenmin afmaken. Behalve voor zijn emoties deinsde
Morriën terug voor een werk van lange adem. Hij had
al moeite genoeg met een korte tekst; zodra hij op zichzelf aangewezen
was, kreeg hij bezoek van zijn angst", schrijft de biograaf in
het hoofdstuk Forever young (over de jaren 1980-1983)
En in het daaropvolgende (25ste) hoofdstuk Oude roem en nieuwe
aandrift - de jaren 1983-1986) heet het:"Hij was veel buitenshuis,
in zijn cafés of in het huis van vriendinnen en vrienden. Hij
leerde nieuwe kennen of haalde bestaande banden aan. Onder hen de
dichters en schrijvers Johnny van Doorn, Ed Leeflang en Carla Bogaards
en mensen uit de Amsterdamse wereld van de beeldende kunst als Aatje
Veldhoen en de blonde Elsje Stroetinga. In Elsjes galerie Forum aan
de Herengracht en later aan het Singel speelde Morriën als goede
vriend te midden van een kring van andere goede vrienden een rol als
belangstellende. Hij vond het fijn met beeldende kunst in aanraking
te komen en om met kunstenaars van uiteenlopende aard om te gaan.
Bovendien was hij altijd bereid om te helpen door bijvoorbeeld een
opening te doen of gedichten voor te dragen. Hij nam dat zeer serieus,
evenals zijn latere optredens in Ruigoord, het domein van het Amsterdamse
ballongezelschap en de ludieke en artistieke activiteiten daarvan.
"Ten tijde van de oprichting rond 1970 was Morriën in café
Scheltema met deze kring 'transcendente' jongeren rond Vinkenoog,
Hans Plomp en Theo Kley in aanraking gekomen. Morriëns belangstelling
ging destijds niet zover dat hij de vergaderingen van Ruigoord bijwoonde
of hun hasjreizen meemaakte naar Parijs of India. Hun weinig intellectuele
ideeën over een nieuwe mens en maatschappij hadden nog minder
vat op hem gekregen dan de denkbeelden van de kring rond Jurriaans,
maar zoals bij iedere vernieuwende, vrijheid nastrevende beweging
waardeerde hij de jeugdige, alternatieve kijk op de dingen."
Kijk! Kijk op!
Kijk op, de dingen! Het is altijd nét een beetje anders dan
de reducerende of gereduceerde kijk van welke biograaf dan ook.
'Hij vond het fijn..' -wat een taalgebruik, van een academicus nog
wel!
'Hasjreizen naar Parijs of India' - weet die man wel wat-ie zegt?
'Hun weinig intellectuele ideeën.. oppert onze gespecialiseerde,
gepromoveerde literaire journalist - laat hem eens een kijkje in het
immer vitale Ruigoord nemen, of de webstek van deze unieke Vrijplaats
bezoeken, www.ruigoord.nl.
En ter verduidelijking voor nieuwe kostgangertjes: De psychiater Henk
Jurriaans (21 oktober
1940 - 10 oktober 2005) baarde in die jaren opzien door zichzelf als
naakt kunstwerk in het Stedelijk Museum tentoon te stellen; naderhand
woonde hij samen met vier vrouwen, twee hunner Morriëns dochters
Adrienne en Alissa.
Samen met Marte Röling en Wanda Werner kondigden zij in Het
Parool van 14 oktober zijn dood aan: 'De crematie heeft in stilte
en tranen plaats gevonden. Geen bloemen, geen bezoek s.v.p.'
Ik zal al lezende over die lange jaren leven, werken en liefhebben
van de broodschrijver (niet negatief bedoeld) weer heel veel te weten
komen... Al bladerende kwam ik al heel wat oude bekenden tegen, zoals
Christine Inderwisch, lieve vriendin. Ook ik ben bezig met de kunst
van het ouder worden, gelukkig zonder de hypochondrie, levensmoeheid
of 'angst als zijn vaste begeleider' (Molin, p.412), die Morriën
had overgehouden uit een streng gereformeerd milieu in IJmuiden.
Wat mag ik God (of wie dan ook:'Un Dieu défini est un Dieu
fini ') op mijn blote knieën danken dat ik niet godsdienstig
ben opgevoed! Dat mij al die andere narigheden, aan geboorte en afkomst
te wijten (zoals blijkt uit die briefwisseling van Theo van Gogh met
Boudewijn Buch), bespaard zijn gebleven. Waar heb ik het aan te danken?
Overigens: ik heb de Lotus-brieven, die Adriaan Morriën
in 2001 het licht deed zien bij uitgeverij G.A.van Oorschot (van aantekeningen
voorzien door Rob Molin) er even bij te voorschijn gehaald.
Lotus Schipper (1933-1965), die Frans studeerde en haar kandidaatsexamen
zou doen in 1956, toen zij de dichter ontmoette en hem naar het boekenbal
vergezelde 'waar wij in de artiestenkamers achter het toneel vrij
spel hadden', is Lieve godin in de eerste brief van 1 maart
'56, en Lieverd in de brief van 13 december, waarin
hij schrijft als mijn opvolger voor de Parijse brieven 'die jongen
Peereboom' te hebben gevonden; hij had haar een week eerder gevraagd
dat te doen, wat hem voor een gewetensconflict had geplaatst.
'Tu m'excuses? Overigens geloof ik dat je het best had kunnen doen,
beter dan Vinkenoog wiens brieven ik nooit erg bewonderd heb, altijd
op zo'n hoge toon en vaak zo knoeierig geschreven. Vind je het nu
jammer dat je het niet doen kunt?'
Mij, Simon V., had hij zulks nooit laten weten, bij geen der 23 brieven
die ik nu tel......
Hij schrijft wat af, mooie manier de eenzaamheid te bestrijden .('Deze
brieven, die anderhalf jaar beslaan, geven een beeld niet alleen van
de gevoelens die hij voor haar koestert, maar ook van zijn literaire
werkzaamheden, zijn reizen, zijn gezinsleven en het algemene klimaat
van die tijd', meldt het uitgeversopmslag).
Op 8 november 1956 heet het: 'Ik ontmoette bij Scheltema Suzanne Lecointre,
afgedwaalde dochter van een gereformeerde Amsterdamse dominee, vrouw
van een cabaretzanger van wie zij wil scheiden, nu beminde van Simon
Vinkenoog die op het ogenblik in India is. Je hebt haar op het boekenbal
ontmoet, waar zij voortdurend met Vinkenoog danste. Het is een klein,
mager, blond meisje, met vergeet-mij-niet-ogen en een lief eentonig
stemmetje. Zij is vol van haar thuis, d.w.z. haar ouders waar zij
nu logeert en met wie zij overhoop ligt omdat zij vinden dat zij 'in
zonde leeft.' Zij verknoeit haar tijd een beetje zolang Vinkenoog
niet bij haar is."
29 december meldt hij zijn verre Lieve doornroosje: 'Zondag,
daaraan voorafgaand, was Simon Vinkenoog op bezoek gekomen, uit Delhi
terug en gerepatrieerd, omdat hij zijn baan bij de Unesco te Parijs
heeft opgezegd. Er zijn, geloof ik, moeilijkheden met zijn Suzanne,
die ik zaterdagmiddag, na de ontvangst van jouw brief, wanhopig in
Scheltema aantrof, een viooltje dat in de storm had gestaan. Simon,
lichtelijk gebruind door zijn verblijf in India, in trui, was erg
redelijk, met iets van de wijsneusachtige terughouding van een lama,
die hij tegenover mij altijd heeft.(...) Vinkenoog was vorige zaterdag
in Amsterdam gearriveerd en er 's avonds reeds, via een woningbureau,
in geslaagd een etage op de Herengracht te vinden, derde verdieping,
twee kamers, een badkamertje en een hokje om te koken, 100 gulden
per maand. Het is dus wel mogelijk.'
Ja, inderdaad - van verre zwaai ik, een halve eeuw later, naar de
heer en mevrouw Meijer, die na hun afscheid als caféhouders
het pandje Herengracht 292 kochten, dat zij per etage of kamer verhuurde.
Kostgangers als Mischa de Vreede, Hans Andreus en Bart & Barbara
Huges; zelf komen zij voor in een gedicht van Johnny van Doorn..
Ik weidde uit, verpoosde mij - ik had over het script van Wild
Romance willen schrijven (O nee, dat mag ik contractueel niet)
of over het Walt Whitman-nummer van De Revisor, dat mij op
verzoek, dankje Ilja, toegezonden werd. Ook een mooie les in het sterven,
in dat nummer...
Ik wil het hier maar al te graag bij laten.
Edith was met haar ma op weg naar Schiphol om zuster Mariana en haar
man Ori op te halen (uit Zuid-Frankrijk terug, waar zij aan een mooi
onderkomen bouwen) en vervolgens naar Den Haag te voeren. Dezelfde
oprijlaan: een villa en een koetshuis. Nu Edith weer thuis, ha heerlijk
samen beamen. Simon Vrijbuiter.
Zaterdag 22 oktober 2005
"We zijn
nu dus aan het einde toe. Dat einde was buitengewoon goed. Het einde
was Simon Vinkenoog zelf, die niet, zoals zovelen van hun onmacht
een vermakelijke vertoning maakte, maar die van het middel, de show,
het publiek, de geestdrift en de massabegeestering een adequaat gebruik
maakte. Hij stond alleen in de spot, wit, boos en geestdriftig, zijn
menslievende half geëngageerde, half lyrische tekst uitstotend.
Hij wist wat hij deed, show, maar show met overtuiging, in jeugd en
goedheid. Ik deel dat geloof allerminst, maar deze los van het papier
gekomen poëzie was af.
De eerste poëzie die buiten zichzelf treedt zonder dat het machteloze
wartaal is, of de boer met kiespijn van Bernlef. Dat is ook het geheim
van deze avond waarin alles show bleef, zelfs al zouden de dichters
het afzonderlijk niet gewild hebben: de show is de poëzie van
Simon Vinkenoog. De show is zijn geloof."
Bespreking in de Volkskrant, van Poëzie in Carré,
met in levende lijve 25 dichters op 28 februari 1966 in Theater Carré
in Amsterdam. Geciteerd in Poëzie in Carré, De
Bezige Bij Amsterdam, 1966.
Het waren woelige dagen in Amsterdam, twee weken voordat prinses Beatrix
in het huwelijk zou treden met Claus von Amsberg. In het gedicht Nederland,
dat ik voorlas, opgedragen aan Allen Ginsberg, wiens gedicht aan Amerika
mij door het hoofd spookte, laakte ik onder meer de woningnood, en
'woef woef woef huilen de politiehonden op de Westermarkt/ waar Descartes
van de rede sprak, en van het zoeken naar / waarheid."
"Zeg Nederland, weet je eigenlijk wel waarover ik het heb,
zeg Nederland, heb je je geweten nog behouden -
en doe je er iets aan
of heb je je ziel verpand aan 't gemak, je natje en je droogje
en de koninklijke nutteloze goudgele papierbedrukte miljoenen?
Nederland, je kunt alle noden lenigen, Nederland,
er bestaan geen problemen - ze kunnen alle uit de wereld
geholpen worden,
Nederland, maak je nuttig, Nederland - de wereld wacht
op bevrijding. Nederland, ga vóór,
Nederland - tegen wie praat ik eigenlijk?
Nederland, weet je wel wie ik ben?
Nederland, wie ben je, en waar?
Nederland, ik houd zo van je.
Zoals ik houd van de wereld,
waarop ik leef.
Met miljoenen Nederlanders leef.
Met een wereld vol burgers leef."
En nog steeds
leef, tot dusverre overleef. In februari 40 jaar geleden. Ik wil 't
best een keertje overdoen, maar dingen gebeuren in het leven nu eenmaal
maar 1 keer. Vooral dat 'Nederland, weet je wel wie ik ben?' klinkt
me, mag ik nu wel zeggen, enigszins potsierlijk in de oren, al sta
ik nog 100 % achter dit gedicht. Met meer dan 100.000 Google-hits
heb je 't wel gemaakt, mannetje haha!
Kennis gemaakt (Meet & Greet) in Galerie Dante aan de
Spuistraat met de crew van Wild Romance, een film
waarvan dezer dagen de opnamen beginnen, waarin ik dezelfde rol mag
spelen als in een eerdere film over Herman Brood: Chacha
van Herbert Curiël; en wanneer was dat? Voor 1980, in elk geval
- want daar eindigt de Wild Romance film, na de Amerikaanse toernee.
Op weg naar Dante zagen we Johannes van Dam op het terras van café
Zwart zitten; wij begroetten hem en ik vertelde waarheen we op weg
waren. Hij was erbij geweest, bij de filmopnamen in Ruigoord waar
Bisschop Vinkenoog van de Universal Life Church Herman Brood
en Nina Hagen zodanig in de echt verbond, dat 'iedereen' dacht dat
het een ''echt" huwelijk was. Goed zo, zo hoort het.
Johannes herinnerde zich dat William Burroughs, een van Brood's idolen,
voor het One World Poetry Festival in Amsterdam aanwezig,
en dat Herman hem een Aubade wilde brengen. Hij deed dat, bij ontbreken
aan begeleidingsmuziek ondersteund door Hells Angels die met hun laarzen
het ritme aangaven. Te mooie anecdote om niet waar te zijn: Johannes
liegt niet. O nee, negen plus!
Uit het script van de film, dat ik even onder ogen kreeg - het is
per post onderweg, maar nog niet ontvangen - zag ik dat ik een
speedy voice O.S. (off scene) was, en ik dacht al: heb ik daarvoor
een kledingdoorpas moeten ondergaan, maar op de volgende pagina van
het script zie ik dat het bruidspaar wordt omsingeld door paparazzi,
dus daar zal ik wel te zien zijn; meestal sneuvelen die scènes
en beklijven slechts enkele seconden. I am a camera; dus
ik houd me op de hoogte. Wees blij dat je mag meekijken, als je maar
weet dat geluk aanstekelijk is. No business like show-business!

Bijdragen tot
de litteraire geschiedenis van Nederland: op de foto van Ronald Sweering
zes dichters, die plakplaatjes kwamen plakken op het omslag van Poëzie
in Carré, in de burelen van uitgeverij de Bezige Bij aan
de Van Miereveldstraat 1 in Amsterdam, voorjaar 1966: van links naar
rechts Hans Verhagen, Ewald Vanvugt, Louis Lehmann, Simon Vinkenoog,
Gerard Stigter en Henk Bernlef.
De naam van de dichter die gisteren op Kersvers in een heupzwaai
werd getoond: Ilja Leonard Pfeijffer. Prettig weekeinde, Simon Vinkenoog.
"En die scheiding tussen organisch en anorganisch is ook te gek voor woorden!" besluit ik een huiselijke tirade - en natuurlijk zijn er bos- en watergeesten; sommige mensen hebben daar echt contact mee. Als je het zelf niet hebt, dat vermogen, hoef je niet meteen te twijfelen aan anderen die deze vermogens wel hebben. Ja, ik geloof iedereen die iets te vertellen heeft, en het weet waar te maken.
De wonderen zijn
overigens de wereld niet uit. Het welkome slechte nieuws. Wat een opluchting?
Wat een zucht van verlichting. Eindelijk gebeurt er weer eens wat! Hele
volksstammen, die het niet meer kunnen uitzingen vanwege de verveling,
babies werpen op televisie, alle onzin op presenteerblaadjes.
Geef mij maar de wereld van de geest, waar ideeeën zich vanzelf(sprekend)
kunnen ontwikkelen, waar mensen met plotselinge ingevingen het levensraadsel
voor zichzelf oplossen, om er vervolgens mee de markt op te gaan.
Het is allemaal van zó'n onschatbare waarde, dat het in geen
enkele vorm van valuta kan worden uitgedrukt. Wie het kleine niet eert,
etc. Wie het Grote niet eert!
Laat het je gezegd zijn door een Vinkenaugen, 'kleine, meist
zweiseitige Pfennige, die hauptsächlich in Pommern (Fund von Grenz)
im 14. und 15. Jh. geprägt worden sind, wo sie zeitweise die einzige
Rechnungsmünze waren, in beschränkter Ausprägung auch
in Mecklenburg, Brandenburg, und in der Lausitz (?).
Der Name ist noch nicht wirklich erklärt. Nach den großen
Augen des Ochsenkopfes auf mecklenburg. Hohlpf. sollen sie 'Ogen' und
von ihrer ursprünglichen Feinheit 'vienke' (fein) = Vinkenogen
genannt worden sein, was nicht sehr wahrscheinlich klingt.(...) Sie
sind überall das kleinste und geringwertigste Geld gewesen, in
Pommern, Mecklenburg zweiseitig, in der Lausitz nach Bahrfeldt einseitig
(?).'
Verwezen wordt naar E.Bahrfeldt, Vinkenaugen in der Festschr.z. Feier
des 50jähr. Bestehens der Num. Gesellsch. zu Berlin 1893 S. 113
ff. u Brandenburtg II S. 14 ff..
En dank je, na wie weet hoeveel jaren, Mischa de Vreede, die mij wees
op het bestaan van dit lemma in een numismatisch woordenboek.
Het heeft een naam,
het heet bewustzijn. Er is feedback, positief en negatief: terugkoppeling.
"Wij moeten beseffen dat ons bewustzijn slechts bewust kan zijn
van misschien éénmiljoenste van de elke seconde per dag
binnenkomende informatie. Elke haar op ons lichaam is met onze biocomputer
verbonden. Al onze interne organen zenden voortdurend informatie naar
onze grote biocomputer en ontvangen er informatie van - meestal onder
ons bewustzijn. Onze ontvangstorganen (gezicht, gehoor, tast, smaak
en reuk) alsmede de kinetische zintuigen die informatie over ons lichaam
verschaffen, zenden voortdurend miljoenen impulsen per seconden naar
onze biocomputer. Het oog alleen al is met de biocomputer verbonden
door meer dan twee miljoen zenuwvezels. De oren zijn met de biocomputer
verbonden door meer dan honderdduizend zenuwen. Deze ontzagwekkende
hoeveelheid gegevens die seconde na seconde onze biocomputer bereikt,
zou volkomen overweldigend zijn als er geen onderliggende organisatiesystemen
waren die automatisch deze enorme vloed binnekomende zintuiglijke informatie
abstraheren, registreren, onderdruklklen of distribueren. Ons bewustzijn
handelt naar voorbehandelde, gefilterde abstracties van abstracties,
ontvangen uit verschillende gedeelten van onze biocomputer. "
Hij cursiveert niet voor niets, Ken Keyes (niet Ken Kesey, de schrijver
van One flew over the cuckoonest en Some other notion)
in zijn Handboek voor hoger bewustzijn, dat ik in 1985
vertaalde en nog altijd verkocht wordt; zeer terecht. (uitg.Ankh-Hermes,
Deventer).
Wat een omweg, om over het bewustzijn te komen spreken. Het is er en
het is er niet, het beweegt zich en je ziet het niet, het is het onzichtbare
centrum van waaruit alles wat we aan indrukken naar binnen krijgen verwerven,
verwerken en (zoals hier) verstrekken: elke sekonde van ons leven is
vervuld van alles wat is en je hebt maar te plukken, vanuit de hoorn
des overvloeds die on uit put te lijk is. Te kust en te keur. Hogerop
of deep down under; onder de sterren of in de modder. In wat voor sadistisch-masochistisch
universum leefden die twee briefschrijvers, die ik ook als figuranten
in mijn leven heb meegemaakt, Theo van Gogh en Boudewijn Buch. Uit wat
voor mind komen die voortdurende klachten (Bou) en schimpscheuten, al
die rancuneuze vergiftigde pijlen van aanstoot geven en aanstoot nemen;
waaraan ontspringt die behoefte? Kwetsen? Oorlogvoeren? Waarom doe je
het? Voor de kicks, omdat het nu eenmaal je karakter of persoonlijkhed
is, omdat je blij bent dat de psychiater je ontslaat met 'je bent gek,
ga maar gewoon je gang'?
5.11.1993 eindigde een brief van Theo aan Boudewijn: 'Dikke kus van
de bolle Gogh en mocht Allah mij onverhoeds roepen, weet dat ik veel
om je heb gegeven.'
Niets menselijks mag ons vreemd zijn, wij mogen niet oordelen (no
value judgments), maar hierover nadenken doe ik zeker. De geest
moet waaien. Wat heb je anders aan geesten? Uit de geest? In de geest?
Geef mij maar de tegenwoordigheid van geest, die de fransen esprit
noemen.
Voilà. Een huiselijk gesprek ontwikkelde zich na het telefoontje
van een oude kennis (notabene de enige die ik tijdens een feest in 1968
in de Houtrusthallen in Den Haag als bisschop van de Universal Life
Church in de echt heb verenigd) die me zijn afgewezen boek over Ervaringen
met Elementalen wil laten zien. Hij verhaalt van een briefwisseling
met een beoogd uitgever, die te kennen had gegeven dat een antroposofische
of theosofische inslag het boek kansen op verkoop zou bieden; maar nee,
hij hoorde nergens bij en... Wordt vervolgd.
En ik kwam daarna in het bovenstaande terecht. Kan gebeuren. Ik maakte
ondertussen een partijtje scrabble uit met DEO, 17 punten, samen met
DE en ER. Edith 295. Ma 266, Simon 265. Woensdag opnieuw polyklinisch
OLVG.
Voor vandaag rest ons nog de weergave van een prentje dat ik aantrof
in De weduwe Ida, het tijdschrift van de Vrienden van het Letterkundig
Museum, een foto (van Kim Fok) die deel uitmaakt van de tentoonstelling
Hollandse Nieuwe, die aldaar (Prins Willem-Alexanderhof 5, onderdeel
van het Koninklijke bibliotheek-complex) tot en met 19 maart 2006 gehouden
wordt.
De expositie presenteert veertien schrijvers van nu." Een bonte
parade van jonge auteurs, waarvan (moet zijn: van wie,
SV ) de een al talrijke prijzen in de wacht heeft gesleept, terwijl
de ander nog droomt van bekendheid en roem."
Wat valt, volgens Daan Cartens, bij die schrijvers van nu vooral op?
" Er wordt weer onomwonden over God, religie, de raakvlakken tussen
religie en filosofie en de grenzen van het hedonisme geschreven. Geen
onderwerpen die je gemakkelijk kunt verbeelden, maar die wel iets essentieels
uitdrukken over de tijdgeest."

Welke schrijver van nu laat hier zijn tijdsbeeld zien? Morgen krijgt u op Kervers antwoord. Gegroet voor vandaag, uw Simon Vinkenoog.
Donderdag 20 oktober 2005
De laatste dichtbundel van Hugo Claus lezend, In geval van nood (De Bezige Bij, Amsterdam, 2004) word ik getroffen door het gedicht Repetitie uit de Zeezucht-cyclus:
REPETITIE
Ik wil dood
Zoals vijfenveertig procent
van de Belgen
Ik heb niemand
'Omdat je nooit in liefde
hebt geïnvesteerd, liefje'
Ik begin
Ga verder
Sodium thiopenthal
Zo, je bent bijna buiten westen
Dan pancuronium bromide
Je longen begeven
Dan potassium chloride
En je hart houdt op
Dat kan ik nooit onthouden

Claus schrijft
erudiete poëzie, vol valkuilen en klemmen, mystificaties en transformaties:
de dichter kan in vele soorten personae kruipen (Kartinki s Vystavki:
de schilderijententoonstelling van Moessorgski) en zijn niet geringe
gramschap uiten: vaak komen dezelfde beelden in verschillende teksten
voor, wie is toch die Magda die buiten mag komen spelen?
Twee keer komt, op enkele wijzigingen na, hetzelfde gedicht voor,
de tekst die op pagina 140 zes regels telt onder de titel Theodoro
van Ocumichu verschijnt op pagina 152 in acht regels als In
Michoacan.

Twee keer laat Claus ook mensen van het dak van het Hilton Hotel springen;
de buitenwereld laat hem uiteraard niet onberoerd; veel van zijn gedichten
zijn doordrenkt van heimwee over verloren onschuld, en zetten ons
tegelijkertijd tegen een onverzettelijke muur.
Nog een Claus-gedicht:
DEFINITIES
De mensen? Zij
leven in een waan
en wee hem die dit niet weet.
De woorden? Uiteraard
het leven niet,
hooguit voorlopig een wingewest.
De vrienden? Hun
orakels uit de maat,
desolaat, slissend.
De liederen? Geblaat
omtrent
onnoemelijke feiten.
De feiten? Beelden
en modellen
des simulacres.
Verzeild geraakt ben ik ook in de Wassenaerse brieven, in de jaren 1993/4 door Theo van Gogh aan Boudewijn Büch gericht, en eerder verschenen in het universiteitsblad Folia. XX uitgevers, 112 pagina's, ISBN 90 70532 24 7.

In een kort voorwoord schrijft Theodor Holman: 'Büch was eigenlijk
de perfecte hoofdpersoon in een film van Theo. Diens moeilijk te achterhalen
leugens , diens verzonnen wereld en verzonnen wereldbeeld, diens trouw
en ontrouw, diens (zogenaamde) pedofilie, diens passies en depressiviteit;
Theo smulde er van, omdat hij Boudewijn in gelijke mate begreep en
niet begreep. Hij begreep Boudewijns 'gezonde krankzinnigheid', want
die had Theo misschien wel in gelijke mate, hij begreep alleen niets
van de redenen, en wilde die in een film achterhalen.'
Op een trieste noot eindigt de (afgesproken) regelmaat van de 'kattebelletjes'.
'Eigenlijk ben ik ontroostbaar, maar door op papier naar mezelf te
knipogen bestrijd ik de kortademigheid van de ziel en het gevoel langzaam
te stikken. Ook daarom vond ik 't een eer naar je te mogen schrijven.
Ik wens je niets dan goeds en mooie gedichten. Met een dikke kus van
de bolle Gogh.'
De herfst tegemoet, om vier uur een kledingdoorloop, in verband met mijn priesterlijke filmfuncties, ahum. Gegroet, Simon Vinkenoog.
Woensdag 19 oktober 2005
Minister Pechtold
heeft natuurlijk volkomen gelijk (al moet hij zijn woorden weer inslikken)
als hij zegt dat het gekakel van het kabinet over terreurdreiging
moet ophouden; de doemdenkkoppies van de huidige 'regering' getuigen
inderdaad niet van enig plezier in doen en laten, of vertrouwen in
de toekomst..
Het is duidelijk dat de HH Balkenende c.s. niet opgewassen zijn tegen
hun taak. Maar wie is dat wel? Als ik lees dat politiek het oplossen
van problemen is, kan ik alleen maar toeschouwen en zien hoe de problematieken
alsmaar groter worden, omdat er geen verstrekkende ideeën worden
gelanceerd of plannen ten uitvoering gebracht. Zo dat al gebeurt,
smoort het proces in protesten en inderdaad haastig in elkaar gezette
commissies - niet ten onrechte fulmineerde Felix Rottenberg daartegen,
dezer dagen in Het Parool.Basta.
Het behalen van
de pendioengerechtigde leeftijd, het begin van het AOW-schap van ons
aller vriend Nico Koster werd gisteren feestelijk gevierd in het Sail-cafe
op een jachthaven aan de Nieuwendammerdijk. Mooi in dit ruige water-bosterrein
de zon te zien ondergaan, en me even te kunen onderhouden met oude
vrienden als Jan en Tine Sierhuis, Aat Veldhoen en Hedy d'Ancona plus
Lex en Dorothy Schrama - Nico's geliefde Marianne had voor tractaties
gezorgd, en ik zag hoe Nico van Peter Zonneveld een set golfsticks
aangeboden kreeg. (Iemand grapte: "Ik golf niet. Ik neuk nog.")
Zelf schonk ik hem van ganser harte voor zijn CoBrA-collectie een
boekje over Christian Dotremont, schrijver en calligraaf, een van
de grondleggers van deze vernieuwende schildersbeweging eind jaren
40 van de vorige eeuw.
In het verleden dook ik gisteren ook met Martin Harlaar, historicus
en fotocollectie-maker; ik haalde de archiefmappen te voorschijn waarin
zich honderden, zo niet duizenden foto's bevinden: twee die er uitvielen
vraag ik Edith hier op te nemen. Bij de eerste foto was Edith aanwezig:
ik sta hier het publiek in Tilburg van alles toe te roepen, najaar
1987, en met een glas in de hand en voorovergebogen luisterhoofd staat
Cornelis Bastiaan Vaandragher (1935-1992), die op die open markt kunst
dag ook het een en ander ten beste gaf. Innig betreurde zichzelf opbrandende
dichter: onvergetelijke boeken over Rotterdam en een aantal aforistieke
gedichten.

De tweede foto komt uit een verder verleden: het jaar 1960. Vier redactieleden
van de Haagse Post doen onderzoek in het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie.
Om de beurt gaan we op de stoel van Anton Mussert, leider van de NSB
(Nationaal-Socialistische Beweging) zitten. Van links naar rechts
ondergetekende, Armando, Guus Albrecht en, met typerende gevouwen
armen, Jan Vrijman.

En nu verder de dag in, met diclofenac natrium en acenocoumarol. Zoals
ik vijftien jaar geleden namen van planten leerde kennen, zijn het
de laatste tijd namen van geneesmiddelen. Jicht? Au.
Straks gaat Edith haar Ma bij zus Fleur in Alkmaar ophalen om hier
een weekje te komen logeren: een lieve oude dame, die wij het niet
gemakkelijk genoeg kunnen maken.
Herfst is er nu wel, zo te voelen en te zien. De wereld draait voort,
is nog lang de kluts niet kwijt (hoe ziet zo'n ding eruit?) en we
hebben er nog lang de brui niet aan gegeven (idem). Prettige dag toegewenst
door Edith en Simon Vinkenoog.
Dinsdag 18 oktober 2005
Hells Angels all
over the place! De Volkskrant meldt onderaan pagina twee, geheel
gewijd aan de operatie die nu plaats vindt tegen deze club ('Justitie
werkt aan finale klap Hells Angels-bolwerk'), dat aan de productie in
de krant en op de internetsite elf bij name genoemde redacteuren hebben
meegewerkt.
Mijn eerste Hells Angel kwam ik in Londen tegen; hij maakte deel uit
van een 'delegatie' die Europa kwam verkennen in verband met een geplande
toernee van The Grateful Dead (elders op deze website meer
daarover).
De man bleek gedichten te schrijven; ik kreeg een graffiti-versierde
felgekleurde bundel toegestopt, die te vinden zal zijn als ik er naar
zoek (nu niet) en de ontmoeting vond plaats bij The Apple,
het hoofdkwartier van de Beatles, een jongensgroepje uit die dagen.
Ook elders beschreven, in Playpower van Richard Neville, waar
ik een mellifluous gesprek voerde met Ken Kesey. Ouwe name-dropper!
Wie trouwens, zoals Reineke en ik, eind '69, begin '70 aan de Westkust
van Amerika terecht kwam, kreeg uiteraard meteen te maken met of te
horen over Altamont, waar de Hells Angels waren ingehuurd als security
door de Rolling Stones, ook niet goed bij hun hoofd natuurlijk - en
was toen Charles Manson al te keer gegaan, met zijn moordpraktijken?
(Ik heb nog een plaat waarop de man zingt: Songs of love and Hate).
Kom terzake, Simon! Het was mooi weer, op mijn vijftigste verjaardag,
18 juli 1978; ik woonde met Barbara en de kinderen (Alex, Juana, Talitha,
Anna - Arthur was op komst) aan de Weesperzijde en wij hadden mensen
uitgenodigd, alsook de nodige inkopen gedaan. Ter verhoging van de feestvreugde
stond de Luchtbus van het Amsterdams Ballon Gezelschap voor de deur
geparkeerd, de disco van onze Ruigoord-vrienden, en met een schuitenvoerder,
die aan boord een bar exploiteerde had ik afgesproken dat hij tot een
bedrag van duizend gulden op mijn rekening mocht schenken - hij kwam
aan de waterkant te liggen en een loopplank uitgelegd, mooie boot en
zoals gezegd mooi weer: dus binnen en buiten veel mensen. Als ik de
trap op ging kwam ik mensen trapafgaand tegen die ik in jaren niet gezien
had, en vice versa, overal mensen met elkaar in gesprek, ik werd die
week gevolgd door een radio-reporter van de NCRV, die af en toe mensen
ook een microfoon voorhield, en een van de telefoontjes die ik kreeg
was van Willem van Boxtel himself, ja de man die vandaag, 27 jaar later,
met eretekenen versierd verholen glimlachend op de foto staat met daaronder
over volle paginabreedte: 'De onstuitbare ondergang van de bruut met
de glimlach.'
" Ik heb van je zoon gehoord dat je een verjaarsfeest geeft. Zijn
we welkom?"
Zoon Robert (1947), zelf lid van een motorcycle-club (op de begane grond
van zijn huisje in de Nieuwmarktbuurt staan vijf motoren in diverse
stadia van klaar voor de start) was een goede referentie. 'Kom maar!'
riep ik door de telefoon. Ik mag wel zeggen dat mijn andere gasten behoorlijk
schrokken toen daar even later vijf hells Angels op hun motoren kwamen
aangedenderd, hun motoren op het brede trottoir parkeerden, afstapten
en hun opwachting maakten. Ik stelde mijn andere invitees gerust: 'Liever
engelen uit de hel dan demonen uit de hemel'. Ik nam de zwarte engelen
mee naar de keuken en we gingen bier zitten drinken; volgens mij behoorden
zij tot de laatste gasten: ene Frans wiens gezicht danig verminkt was
door een ongeluk; ik werd uitgenodigd op de wekelijkse clubavonden in
Angel Place aan de Wenckebachweg; ik ben er een paar keer met
Anna op de fiets voorop heengegaan. Het bleken die avond - ongelooflijk,
maar waar - zulke lieve mensen te zijn. En ik ben natuurlijk niet achterlijk;
in een paar boeken worden de Amerikaanse Angels niet bepaald als lieverdjes
afgeschilderd...
Misschien omdat ik 'lief' ben? Omdat wij het zijn? Omdat ik met de afrikaanse
dichter Ben Okri nog steeds hoop koester voor de mensheid, omdat wij
nog steeds de mogelijkheid hebben de goden te verbazen in menselijkheid,
om de stof van toekomstige legenden te vormen. "Als we maar durven
echt te zijn/ en de moed hebben om in te zien: / Dat dit de tijd is
om de beste droom te dromen / van alle dromen die er zijn. / Dat dit
de tijd is om de beste droom te dromen / van alle dromen die er zijn."
Een goede dag toegewenst. Ferry
André de la Porte maakte vorige maand (6 september) zulke mooie
foto's van ons, dat Edith en ik er graag een daarvan hier plaatsen:
het partnerschap in actie, na het matriarchaat en het patriarchaat.
De Nieuwe Mens: nur für Verrückte! Magisch
theater! Simon Vinkenoog.
Maandag 17 oktober 2005
"There
is healing taking place."
Opmerkelijke, toe te juichen uitspraak van Jane Fonda (68) in gesprek
met Mark Moorman in Het Parool van zaterdag, over haar autobiografie
Mijn leven, dezer dagen bij uitgeverij Sijthoff verschenen. Moorman
mag haar dan wel typisch Amerikaans noemen 'in het therapeutisch streven
naar innerlijke vrede, naar closure', voor mijn gevoel is dit
de enige manier waarop mensen in het 'vrije westen' volwassen kunnen
worden en een houding bepalen tegenover de buitenwereld.
In feite is de groei van persoonlijke verantwoordelijkheid en tegelijkertijd
besef van de transcendente aard van het leven een proces, dat door Carl
Gustav Jung individuatie genoemd werd: de ontdekking van de
eigen indivualiteit, als ondeelbaar geheel. Je bent hem, of je bent
het (nog) niet.
Het gevoel van vrijheid, hierdoor verkregen, is van onschatbare waarde,
en dus weerloos: het houdt inderdaad in een kwetsbare open instelling
tegenover al wat zich voordoet, want wat zich voordoet is all in
the mind. Daar worden oorlogen geboren, daar worden vredes gesloten.
Een helend proces, dat over de wereld trekt vanaf het moment dat wij
gewaar werden van een onbewuste en een onderbewuste, van het ego dat
zijn bevredigingen zoekt, van de geest die flexibel of gevangen is en
zich wenst te bevrijden: men leze er de romans van de 19e en 20e eeuw
op na, en verdiepe zich - zonder alles voor zoete koek te aanvaarden
- in de ideeën van Freud en Wittgenstein - om maar twee sterren,
bien étonnés, aan het overvolle firmament een
naam te geven.
In de vrijdagse boekenbijlage van Het Parool (ja, ik léés
die krant) een even opmerkelijk gesprek met Tom Wolfe, wiens laatste
boek in nederlandse vertaling verscheen: Ik ben Charlotte Simmons,
dat zich afspeelt op een Amerikaanse universiteitscampus.
Gesprekspartner Stevo Akkerman houdt Wolfe een uitspraak van John Derbyshire
voor 'dat het de studenten ontbreekt aan aandacht voor de ziel, omdat
hun ouders hun dat niet hebben geleerd: er bestaat immers niet zoiets
als een ziel.'
"Ik denk dat dat waar is." antwoordt Wolfe. "Hetzelfde
geldt voor het begrip karakter. Dat is ook verdwenen van de universiteiten.
Wat er nog het dichtst bij komt, is leiderschap. Maar dat is wel iets
anders. Leiderschap kan gemakkelijk worden begrepen als succes. Veel
van de studenten, de mannelijke althans, gaan ervan uit dat ze investment
bankers worden, en alles is daarop gericht: dat ze financieel succesvol
worden. Niet dat ze in staat zijn de problemen die het leven oplevert,
het hoofd te bieden."
En: "Ik ben simpelweg vervreemd van het presbyteriaans geloof.
Ik heb nooit een morele crisis doorgemaakt, nooit geroepen: God, als
u er bent... Nee, op een gegeven moment ben ik niet meer naar de kerk
gegaan, en zo is het geloof weggegleden. En toch geloof ik dat religie
van levensbelang is voor een samenleving. Zonder het geloof hadden de
VS nooit de politieke en persoonlijke vrijheden gekend die ze nu hebben.
Alexis de Tocqueville noemde dat in zijn Democratie in Amerika
de interne religieuze begrenzing die het mogelijk maakte dat de vrijheid
niet ontspoorde. Dat de hoger opgeleide generatie van na 1945 dat geloof
heeft opgegeven, heeft consequenties die we nu nog niet kunnen doorgronden."
Quant à moi: het weekeinde in Gent begon goed; na check-in
in het NH hotel (uitstekend, maar ver van plaatsen van handeling verwijderd)
zaterdag naar het feest, dat een avondvullende feestmaaltijd bleek in
Carlos Quinta -een honderdtal zich uitstekend vermakende mensen. Het
gelukkige toeval wilde dat ik naast Willy Tibergien, initiator en beheerder
van het Poëziecentrum, kwam te zitten, terwijl Edith een heerlijke
gesprekspartner vond in Sieglinde Vanhaezebrouck, een Poëziecentrum-medewerkster.
Ondertussen had ik van Ilya Pfeiffer de aansteker teruggekregen, die
ik twee dagen daarvoor in Nijmegen had laten liggen; de zondagochtend
brachten wij ons eerste bezoek aan de nieuwe behuizing van het Poëziecentrum
aan de Vrijdagmarkt 36
Simon en Willy Tibergien in het Poëziecentrum
(www.poeziecentrum.be), een eeuwenoud gebouw dat nu over vier verdiepingen zijn optimale bestemming schijnt te hebben bereikt, met een boekhandel op de begane grond, een poeziecollectie (waaruit Komrij het materiaal voor zijn bloemlezingen kon putten), een tijdschriftencollectie (verlekkerd keek ik naar Podium uit de jaren '50 en '60), een non-boekafdeling, studie- en leeszalen en een heuse kinderafdeling met prachtig uitzicht op de vogeltjesmarkt die zondagsmorgens gehouden wordt.
Simon, dichter Al Galidi en Willy Tibergien
Wat is Gent toch een prachtige stad, en wat een leuk Lichtplan in wording.(Gent
verlicht. Het Lichtplan: bouwsteen voor een feeërieke stad, 96
pagina's, uitgave Stad Gent, geen ISBN, maar een depotnummer D/2004/0341/15,
www.gent.be/gentinfo.)
Op naar het Stadhuis aan de Botermarkt 1, waar ik in de Oostenrijkse
Salon vijf keer, van 13 uur tot 17 uur een select publiek (the happy
few!) mocht ontvangen om mijn gedichten te laten horen en vragen
te beantwoorden.
Nadat het tweejaarlijkse festival Dichter aan huis (www.dichteraanhuis.nl)
in Den Haag vanaf 1991 steeds bekender werd (ook door de deelname
van vlaamse dichters) werd dit jaar voor het eerst in Gent dezelfde
formule geïnitiëerd: per dag op vijftien plekken in de stad,
voornamelijk huiskamers, lazen op zaterdag en zondag even zo vele dichters
uit Nederland en Vlaanderen uit hun werk voor.
Simon in actie in de Oostenrijkse Salon van het stadhuis van Gent
Telkenmale anders (ik heb een ruime keuze uit 50 jaar gedichten en herinneringen)
en ingeleid door drie schepenen (wethouders) van de stad, die ik mocht
leren kennen: Sas van Rouveroij (eerste schepen, schepen van Cultuur
en Toerisme), die ons liet weten oktober 2006 mee te dingen naar het
ambt van Burgemeester, Karin Temmerman (schepen van Ruimtelijke Ordening
en Mobiliteit) en Cristoph Peters (schepen van Financiën en Sport):
jonge enthousiaste mensen, die blijk gaven van veel liefde voor de stad
die zij vertegenwoordigen.
Ferry Simonis, Sas van Rouveroij, Simon en Karin Temmerman
Over het onthaal dat ons ten deel viel hoef ik niet uit te weiden; het
feit dat ik op 77-jarige leeftijd met graagte deelneem aan poëtische
evenementen als deze, schijnt op zichzelf al opzienbarend te zijn. Ik
doe het met graagte: mijn drijfveren zijn vele, maar met Paul van Ostaijen
durf ik te opperen: 'Mijn spel is zo eenvoudig. Niemand kan het
raden.'
Daarmee is heel veel, zo niet alles gezegd, het woord gaat de strijd
aan, het heelt. Edith maakte mooie mensenfoto's - sprekende beelden
vanuit dezelfde grondslag van verstandhouding. Graag tot ziens in Gent,
stad om van te houden. Simon Vinkenoog.
Simon en schepen Cristoph Peters
Zaterdag 15 oktober 2005
Goedemorgen, even
met brandende voetzolen het weekeinde tegemoet. Gent, altijd een stad
om je op te verheugen. De Gentse feesten, de terugblikken naar 1953
en sinsdien (ik logeerde toen bij Hugo en Elly Claus op de Predikherenlei),
de soms met een bezoek bezegelde vriendschap met mijn overleden leeftijdgenoot
Noud van den Eerenbeemt, een reusachtige ruzie tussen Jules Deelder
en Guido Lauwaert herinner ik me, het oude en het nieuwe Poeziecentrum
van Willy Tiberghien - en nu dus voor het eerst het Haags initiatief
van Ferry Simonis, Dichter aan Huis, overgebracht naar Gent,
waar Jan Hoets'chambres d'amis intussen ook faam hebben verworven.
Enig mijzelf beloofd opruimwerk achter de rug; in vroeger jaren had
ik immer veel brieven op te bergen - nu zitten er zo'n vijftienhonderd
e-mailtjes in dit apparaat, dit speelgoed dat ik op mijn 75e kreeg!
Ik heb nog een
contract, een Overeenkomst te tekenen, mijn handtekening
naast een andere te zetten. Zes pagina's te lezen, met 15 regels me
aan te houden, voor 1 draaidag van tien opname-uren, overwerk niet
betaald (hoewel de eerste afspraak voor een kleding-doorpass al gemaakt
is).
Ik mag de rol van "Simon Vinkenoog" spelen in de film met
de voorlopige titel Wild Romance, met Daniel Boissevain (die
ik al van jongsafaan 'ken' als 'de zoon van'mijn vriend uit de jaren
vijftig, de door allen zo geliefde Guus B.) in de rol van Herman Brood.
Een historische rol, mag ik wel zeggen, want in de film Chachacha
van Herbert Curiel, van wanneer was dat? even niet te hoeven weten,
speelde ik dezelfde rol.
Als Bisschop van de Universal Life Church voltrok ik, in
die film, in de even historische Kerk van Ruigoord, het huwelijk tussen
Herman Brood en Nina Hagen. Ik had geen scenario te lezen gekregen,
ik moest en mocht zelf bedenken wat ik te zeggen had, en op mijn gefilmde
vraag aan Nina H, of zij Herman Brood zou willen trouwen, etc., vroeg
zij - buiten elk ander scenario om - 'Werde ich mit Herman im siebenten
Himmel kommen?'
Ik weet niet meer welk bisschoppelijk antwoord ik gegeven heb, en
of dat in de film terecht is gekomen: in elk geval alles uit het leven
van Herman Brood zal worden nagespeeld, op de sprong van het dak na,
mag ik hopen.
Ik houd u op de hoogte; het contract teken ik na het weekend. Ik mag
trouwens 'geen mededelingen met betrekking tot de onderhavige Film
doen aan derden'. Er staat wel dat "voornoemde rol in het scenario
voldoende omschreven is en overigens bij Acteur voldoende bekend.''
Nou, reken maar, al heb ik nog geen regel van het scenario gezien:
ik ben de knoop en de ontknoping, ik ben de weg, de waarheid en het
leven, en ik wens regisseur Jean van de Velde veel sterkte. Er is
trouwens een borrel voor medewerkers in het vooruitzicht gesteld.
Prettig weekend. Er liggen ook nog twee uit te werken gedichten hier;
ook voor een ander moment. Jullie Simon Vinkenoog, vriend van allen,
maar geen allemansvriend.
Laat niet over je lopen. Keep smiling! You're OK, in principe zijn
we het allemaal. Strevend. Vooruit? Pluk de dag.
Vrijdag 14 oktober 2005
Blij toe!
Teveel redenen om ze hier allemaal op te noemen (een episch gedicht
met jubelend en extatisch crescendo zou eerder passen); dit hier is
toch altijd plaatsnemen op een paard en maar zien waar het heen wil.
Het heeft geen teugels nodig om de berijder aan te voelen; ze zijn
een. Een en dezelfde, gezien de goede wil die hen leidt. Daarvan overtuigd
zijn, alle waarheden onder ogen te zien, ook de meest pijnlijke -
wie het antwoord op welke vraag dan ook van een ander verwacht, komt
verkeerd uit. Je kunt nog zoveel goede boeken gelezen en de informatie
verteerd hebben, je weg ligt open en je weet niet waarheen, omdat
er geen toekomst zonder verleden is - is dat zo? Waarom niet alles
verenigen in de vuilverbrandingsoven van het Hier & Nu, met dat
religieuze P.S. in een vanochtend ontvangen brief:"Gij zijt het
zout der aarde." Math.5: 13.
En dan vind ik als troostprijs (wat is poëzie) in een vergeten
dichtbundeltje van een vergeten dichter het volgende gedicht:
elementaire rust
met het water
heb ik
vriendschap aangegaan.
ook het vuur heb
ik
emotioneel aan mij gebonden.
aarde en lucht
heb ik lief
als dagelijks voedsel
in hun intermoleculaire
ruimten
laat ik mij
volgens de heilige rechten
met salamanders en gnomen in;
breng ik de tijd
met undinen en sylfiden zoek.
Aldus de voor mij onbekend gebleven dichter Henk Chr.Puls, Groningen 1937. De Windroos 1972, Uitgeverij Holland, Haarlem.
Blij toe: een ontmoeting waarnaar uitgekeken gisterenavond. In Eik en Linde afgesproken, alwaar - prettige ontspannen sfeer - wij drie uur prettige gesprekken hebben gevoerd. Twee altijd het hoogste woordvoerders, nooit uitgepraat: de uitgever, drummer, bandmanager, meester in de rechten, klusser, glazenwasser, wielrenner, effectenmakelaar, drukker en dichter Guus Bauer, plus ondergetekende, die even zo vele epithetons voor zichzelf zou kunnen bedenken, plus de medeliedjesschrijver René Bronshof, de heerlijke dames Edith Ringnalda en Monica Leigh Schwartz (foto), en de grootste in het gezelschap David de Poel (Groningen, 20.3.1973) over wiens boeken ik hier eerder de loftrompet heb uitgestoken. Zowel de verhalenbundel Mannen in pakken de grootste viezeriken die er zijn, als de Bildungsroman De buitenstaander hebben mij niet alleen inhoudelijk weten aan te grijpen, maar evenzeer door de klaarheid van stijl, een suggestie van weemoed wekkend, en altijd weer de observator, kenmerk van de ware schrijver. Oog hebben voor. Blij toe met dat zintuiglijk schrijven, dat verduidelijken van situaties die je herkent. De moed echt te zijn, daar gaat het inderdaad om - die grondslag van verstandhouding is bijna noodzakelijk voor gesprekken waaraan iedereen deel kan nemen (niemand monopoliseert niemand) en die men vaker zou willen houden.
Ideeën voor
een talkshow, Guus? Als tegenhanger van de Talpaisering, die je voor
je ziet, met het verdwijnen van kleine uitgeverijen en boekhandelaren
(als de vaste prijs wordt losgelaten). We weten het: je had er over
willen praten in 7 minuten, in het programma De wereld draait
door, vanuit Studio De Plantage aan de overkant life uitgezonden,
maar een chicklitt-schrijfster kreeg die tijd, en jij maar anderhalve
minuut, waarin inderdaad niet veel te zeggen is. Maar de wereld draait
door, en de immer enthousiaste XX-uitgever liep weer over, boordevol
plannen. Zijn najaarsprospectus 2005 is aan te vragen bij de Stichting
ex-Exuitgevers, Postbus 75397, 1070 AJ Amsterdam, 06 30 34 66 84,
exexuitgevers@planet.nl.
Meer informatie over ander werk van David de Poel: www.daviddepoel.nl.
en in de Penthouse van oktober 2005.
Blij toe! Karel
H. Hille, hoofdredacteur van MUST (Nummer 05 okt./nov.2005 £
4.95 www.Mustmagazine.nl)
deelt zijn lezers 'met enige trots' mee, dat ik vanaf nu 'mijn zieleroerselen'
aan het blad zal toevertrouwen. 'Jaar in jaar uit las ik zijn boeiende
kroniek in BRES. Voor hem bestaan er immers geen geheimen uit het
hiernamaals, dus volgde ik de aanwijzingen van de meester op de voet.'
Nounoutsjongestsjongepufpupftismewat - nooit iets van geweten!
Leuk om het nu te weten; mijn eerste beschouwing Angst is onze
grootste vijand staat zelfs op de cover van het glossy magazine
vermeld, naast een geblinddoekte Vrouwe Justitia, 'Wat Paul van Vliet
aan God schreef' en Exclusief het experiment van Trijntje Oosterhuis.
Redacteur Peter R. de Vries constateert dat Amerikanen soms knettergek
zijn, gezien de ervaringen van zijn filmcrew met de Amerikaanse politie.
Op de vraag van auteur Jaap Hiddinga of er wel één mens
bestaat die wezenlijk gelukkig is, kan ik positief antwoorden.
Ik weet echter zijn wereldvisie niet te duiden: 'Op een gegeven moment
zal dit type materie dat wij nu om ons heen hebben, niet langer in
staat zijn om ons vast te houden. Dat is de overgang, op een gegeven
moment komen wij stomweg in een andere levensvorm terecht. Je kunt
het al zien aan bepaalde aspecten in de natuur. Het verandert, het
wordt wat doder, de spirit, de wilskracht is er uit op een gegeven
moment. Dat is wat er de komende eeuwen plaatsvindt.'
Blij toe, dat het niet waar is; niemand niemand niemand weet....
Vereist is beter begrip van de Tweede Wet van de Thermodynamica, hier
in Kersvers vaker onder ogen gezien: prof. Saris op 12 juni en nog
eens herhaald 14 juni: 'De natuur streeft naar maximale bewegingsvrijheid.'
Ik verwees toen, en hier nu, naar www.deas.harvard.edu/projects/weitzlab/crystalmovie.html.
En ik wil nog even kijken of DEOXY.ORG
nog steeds bestaat.
Weekeinde Gent wacht. Dichter aan huis. Morgenavond feest
in de Tapas Bar El Pincho, Brabanddam 82, zondags optreden in de Oostenrijkse
Salon van het Stadhuis aan de Botermarkt. Het huiswerk van de dichter:
bezigheden binnens&buitenshuis hebbende. Altijd tot u dienst,
in naam van wat dan ook, als het maar LEEFT!
Blij toe. Simon Vinkenoog.
Donderdag 13 oktober 2005
Een rustige, zonnige
rit terug uit Nijmegen, de snelwegen vermijdend, door Wageningen (city
of life sciences), over de Grebbeberg, door het nieuwe herfstrood-bruin-geel
van de bossen rondom, langs het verlaten Paleis Soestdijk, Huize Groeneveld
en de Leusder Heide weer voldaan huiswaarts; het poëziefestival
'Onbederf'lijk Vers' leek ons zeer geslaagd - de nazit tijdens
het slotfeest in café Merleyn, met onder meer de swingende
Clemens VandeVenband, bracht de dichters die op 10 diverse locaties
in de Nijmeegse binnenstad hadden opgetreden, met belangstellenden
en organisatie-medewerkers bijeen.
Met graagte voldeed ik aan het verzoek van hoofdcoördinator Joost
Geerts om toe te treden tot een Comité van Aanbeveling; moge
dit festival elk jaar gehouden kunnen worden! Op de foto die Edith
nam treft u mij aan in gesprek met Ilja Leonard Pfeijffer (over Walt
Whitman, onder meer). Wat een behulpzame, open, attente en voorkomende
mensen ('vrijwilligers'; voornamelijk studenten) troffen wij hier
aan - dat is niet altijd overal elders het geval!
Ontmoetingen allerwege.
Ook van alles gaande, waarvan ik geen getuige kan zijn. Zo organiseert
drs.Rob Schrama volgende week donderdag Visions for Peace in Jerusalem,
een presentatie met bijdragen van Dr. Yitzhak Hayut-Man (directeur
Academy of Jerusalem), Ir. Mohammet Sabet (piramidedeskundige TU-Delft),
Schrama zelf, de dichter Gerard Beense en Guido Hoogenboom (Lichtpiramide).
Plaats van handeling Galerie-Open Atelier 'De Vrijplaats',
Sarphatistraat 143, 1018 GD Amsterdam, tel.020-3200463; dagelijks
geopend van 13.00 tot 18.00 uur. Deze presentatie vanaf 19.30 uur,
toegang € 7.50.
Schrama organiseert op dit adres tevens twee driedaagse workshops
'Minerality' op 17/19 en 21/23 oktober. Meer info op
www.robschrama.nl.
Kijk nog even op www.blindedarm.com; Dieter Bruls oppert een dichterlijk idee.
Van de Stichting
Lira (Literaire Rechten Auteurs) ontving ik dezer dagen, als menig
ander Nederlands auteur de jaarlijkse controlespecificatie Leenrechtvergoedingen,
geen oeuvrelijst maar enkel en alleen een opsomming van boeken, in
openbare bibliotheken uitgeleend tot juli 2005. Vorig jaar mocht ik
€102.- innen; telkenjare vraag ik me af hoe het uitpakt. Een
lijst van 18 pagina's na te gaan en eventueel aan te vullen; het gaat
om 83 titels, waarvan een aantal vertalingen en bloemlezingen.
Lenen dus: Herem'ntijd (Kroniekschrijving van 30 jaar Wereld
in Beweging), Liefde (zeventig dagen op ooghoogte), de Omnibus
met mijn boeken Zolang te water, Wij helden, en Hoogseizoen),
Weergaloos, en Niet Niets, over de kunst van het
sterven, en wat je nog meer aantreft. Volledige lijst op aanvrage.
Ik merk te veel op deze schrijftafel en elders in de kamer te moeten opruimen om hier ongestoord verder te gaan. Blijkbaar heb ik dus even alles gezegd wat ik op mijn hart heb, en dat zou best kunnen. Zonnige groet, dus; Simon Vinkenoog.
Woensdag 12 oktober 2005
Kijk 's aan, lullige
kleurenfoto van opa Simon (van Juan Vrijdag - ANP, mei 2004) in de
Volkskrant vanmorgen, bij de aankondiging van het festival
Onbederf'lijk vers vanavond in Nijmegen.
"Nijmegen is vanavond voor poëzie-minnaars middelpunt van
Nederland tijdens het festival Onbederf'lijk Vers. Dit literaire evenement
wordt gehouden op tien locaties in de binnenstad. Daar wordt voorgedragen
door telkens een landelijk bekende dichter en twee aanstormende talenten.
De gerenommeerde dichters die dit jaar de Nijmeegse podia betreden
zijn Judith Herzberg, Simon Vinkenoog, Maria Barnas, H.H.ter Balkt,
Ilja Pfeijffer, Ad Zuiderent, Jean Pierre Rawie, Serge van Duinhoven,
Vrouwkje Tuinman en Astrid Lampe.
Het concept van Onbederf'lijk Vers is even eenvoudig als succesvol.
Op elk van de tien locaties - vijf kroegen, een kapel, de stadsbibliotheek,
twee boekwinkels en de stadsbrouwerij - dragen drie dichters voor.
Dan volgt een kwartier pauze, waarin het publiek zich kan verplaatsen.
Er zijn drie ronden: 20.00 uur, 21.00 uur en 22.00 uur. De toegang
is gratis.
Locaties: cafés De Opera, Sterre, De Nieuwe Maan, Billabong
en Merleyn, boekhandels Dekker van de Vegt en A Priori, brouwerscafé
De Hemel, St. Nicolaaskapel en bibliotheek De Mariënburg. Eindfeest
in danscafé Merleyn (vanaf 23.30 uur)."
Zo, dit informatief berichtje op de Service-pagina van de
Volkskrant heeft mij weer behoorlijk op weg geholpen. Persoonlijke
service: deze gerenommeerde dichter wordt in Merleyn, Hertogstraat
13, vergezeld door Pom Wolff en Lucas Laherto Hirsch; de eerstgenoemde
aanstormer debuteerde deze maand in de Windroos-reeks met de bundel
Je bent erg mens ('navrant en indringend, overtuigend en
onverbiddelijk - zowel in het verlangen naar meer als in de dwingende
vormgeving.'), en de tweede dichter kwam al in de eerste maanden van
dit Kersvers-programma (juni 2004) gefotografeerd te voorschijn.
Vreemd weerzien met de sociëteit de Kring (Kleine-Gartmanplantsoen,
boven Palladium) waar ik nog maar zelden kom. Toch jarenlang lid en
bezoeker geweest, zelfs een bestuursfunctie vervuld: ik hoop de foto's
terug te vinden die Eddy Posthuma de Boer eind jaren 50 tijdens rumoerige
ledenvergaderingen maakte. Sfeer: cool & relaxed, leuk restaurant
al zijn de servetjes wat aan de kleine kant.
Een prachtig vouwblad met het oktober-programma werd mij overhandigd,
ruim verlucht met foto's, een nieuw Logo. Jacaranda, vrijdagavondswing,
Club-Up, Dansen op De Kring, Club-Up, Kringkoorrepetitie en de dichters
Dinsdag, UITgelicht in de agenda. Diana Ozon en Paul Schaaps presenteerden
Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes, Sylvia Hubers, Victor Schiferli
en SV waren de dichters en de stem van Hester Hofman ('nachtzuster
van de ziel') zette de hemel in gloed, begeleid door accordeon, viool
en bas - ik kende de mensen van Ruigoord, waar ze tijdens de Open
Dagen een concert voor 1 persoon t.w.mij gaven.
Nu waren het anderhalve man en een paardekop, maar zoals het met het
societeitsleven gaat, tijdens de avond kwam er meer loop in en bleef
het heel gezellig tot wij de laatste tram naar huis terug namen, 3
haltes (vroeger liepen wij), voldaan en lichtelijk beneveld.
Enkele leuke ontmoetingen, oudgedienden als Peter Polak (alweer 62-jarige
zoon van mijn huisarts Ben Polak in de jaren 50-60), Leo Schatz, Ferry
en Marion André de la Porte, Martin Harlaar, Niels Hamel, wat
onbekenden - en het uitzicht vanaf het balcon is nog altijd onvergetelijk.
Ha Heerlijk Huiswaarts.
In het oktoberprogramma wordt in een hoekje uit een brief van de dichter
Slauerhoff aan E. du Perron geciteerd, rond het jaar 1932 over De
Kring: "Een der walgelijkste verblijven ter wereld, waar de lamlendigheid
van driekwart der huidige Hollandse kunstenaars zich op de meest afdoende
manier demonstreert en encanailleert met het meest vaastdoekse half-
en schijnintellect van de burgerlijksten onder de burgers, de zg.
beschaafden (vrij gevochtenen, quasi-bohemiens, vrienden der kunst."
Niks van te merken, hier en nu - terugdenken doe ik elders.
Telefoontje uit Zwitserland van Dieter, van het verjaardagsfeest voor
de 100-jarige Albert Hoffmann; hij gaat zeer gründlich te werk,
herhaalt e-mail afspraken telefonisch, want nu komt de officiële
uitnodiging voor mijn bijdrage aan het LSD-Symposium in Bazel, januari
2006, waarover ik hier gisteren sschreef. Love Special Delivery
- oh sunny day! Simon Vinkenoog.
Dinsdag 11 oktober 2005
De psi crowd, waartoe ik blijk te behoren, ontving de mededeling dat de honderdste verjaardag van Albert Hoffmann, de ontdekker van LSD-25 (lysergzuurdiethylamide) in Bazel zal worden gevierd tijdens een internationaal symposium, van 13 tot 15 januari 2006 in het Kongresszentrum Basel. Info http://gaiamedia.org en http://LSD.info. (Vorträge, Podien, Seminars, Workshops, Konzerte, Ausstellungen, Parties).
"LSD - drei
Buchstaben veränderten die Welt. Seit dem 19.April 1943, als
der Schweizer Chemiker Dr. Albert Hoffmann diese psychoaktive Substanz
entdeckte, erlebten Millionen Menschen auf der ganzen Welt wundersame
Halluzinationen, tiefgreifende psychologische und spirituelle Erfahrungen,
erdachten und schufen alternative Gesellschaftsformen, neue Musik
und Kunst, erfuhren Heilung von Sucht oder Depression, erhalten nie
gekannte Einsichten in das menschliche Bewusstsein.
Rund 60 Jahre nach dieser folgenreichen Entdeckung beleuchten ebenso
viele Experten aus aller Welt dieses Phänomen aus allen Blickwinkeln,
informieren, berichten und diskutieren über Geschichte, Verbreitung,
Auswirkungen, Gefahren und Möglichkeiten dieser potentesten aller
psychoaktiven Substanzen. LSD - eine Herausforderung in Vergangenheit,
Gegenwart und Zukunft."
Aangezien ook
ik sinds mijn eerste LSD-ervaring in 1959 mede heb bericht, geïnformeerd
en gediscussieerd over de nieuwe alchemie, die via de werking van
LSD tot stand wordt gebracht, heb ik na mijn aanmelding een e-mail
ontvangen met de vraag of ik een 12 minute overview on the '60s
in Europe wil houden tijdens een plenair programma op 14 januari,
en de dag daarvoor zitting wil nemen in een forum LSD
und die Gegenkultur der 60er in Europa - maar al te graag!
Ik verheug me nu al op de ontmoeting en hernieuwde kennismaking met
mensen als Werner Pieper, Sergius Golowin, Urban Gwender, Stanley
Krippner, Ralph Abrahams en Barry Miles. Bij elk hunner is een verhaal
te vertellen; Sergius G. ontmoette ik in Zwitserland, toen ik ook
Timothy Leary wilde leren kennen, in 1972. En Barry Miles ken ik van
de Indica Bookshop in Londen, jaren zestig inderdaad, hij
heeft sindsdien heel wat afgeschreven, bio's van Kerouac, Burroughs,
Ginsberg en een boek waarin met Paul McCartney alle Beatles-songs,
films en albums onder de loep worden genomen.
Over Ralph Abrahams uit het Californische Santa Cruz schreef ik in
verband met de chaostheorie, en Stanley Krippner kende ik uit Amsterdam,
toen hij onderzoek deed voor een boek over Psychedelic Art.
Undsoweiter.
Onder ogen kwamen
mij weer eens Leary's Two commandments of the Molecular Age:
Thou shalt not alter the consciousness of thy fellowmen, en
Thou shalt not prevent thy fellowmen from altering his or her consciousness.
Bewustzijn is het woord bij uitstek om het onderzoeksterrein
te bepalen; alle kunst religie en wetenschap komen daar bijeen, in
onze lieve kleine hersentjes en elders binnen ons metabolisme, dat
een eenheid is, als het goed is.
Ooit heeft Leary gezegd en ik kan het alleen maar beamen: de psychedelische
ervaring is de beste voorbereiding op de informatie-explosie. Waar
wij dus middenin zitten, brandhaarden en natuurrampen, milieuverkwisting
en -vervuiling, corrupte ambtenaren en politici; Kali Yuga: it's
a long way before the dawn, maar wij hebben allen het Licht gezien,
en wat doen we ermee? Eind goed, al goed.
Vanavond enkele
minuten gedichten lezen in sociëteit De Kring hier in
Amsterdam, op herhaald verzoek van Diana Ozon; morgenavond Onbederf'lijk
vers in Nijmegen en zaterdag word ik in Gent verwacht voor Dichter
aan Huis op zondag. Wij overwegen een uitstapje vanuit Nijmegen
naar Gent, via de Ardennen. In dat geval enkele dagen geen Kersvers;
ik neem aan dat mijn bezoekers wel een dag of wat zonder mij kunnen.
Lieve mensen, wees niet bang, de aarde draait rond en dat doet-ie
nog lang. (Vrij naar Jules D.). Gegroet, Simon Vinkenoog.
Maandag 10 oktober 2005
Welkom 41e week.
Je begint mooi zonnig. Houen zo!
Galerie Willy Schoots aan de Willemstraat 27 in Eindhoven heette haar
vrienden gisteren van harte welkom op de 6e editie van haar vriendenavond;
zij werden uitgenodigd voor een gesprek tussen Max Meijer, directeur
van het Arnhemse Museum voor Moderne Kunst en de schilder-beeldend
kunstenaar Klaas Gubbels,
wiens tentoonstelling
in de Galerie hiermee beëindigd werd, met door mij voorgelezen
gedichten als intermezzi tussen dit gesprek en de andere woorden tot
het publiek gericht, de Delicious tapas, het Patisseriebuffet en de
signeersessie met mede-exposant Fred Pollack. In voor-, achter-, bovenzaal
en patiotuin hadden zich tussen 17 u en 21u30 zo'n tachtig vrienden
verzameld, die mede werden bekoord door de accordeon-vioolmuziek (Stehgeiger!)
van het duo Czinka Panna.
De tentoonstelling ging vergezeld van een publicatie van de Galerie
'met niets iets Klaas Gubbels', 32 pagina's, met een verduidelijkende
tekst van Rudi Fuchs:
'Het drama van CoBrA heeft ook geleid tot een opgewonden manier van
kijken - een kijken waarin mensen opwinding en drama wilden zien.
Dat is nog steeds de gewone modieuze manier van kijken. De schilderijen
van Gubbels verdragen die manier van kijken niet. Ze vragen een geheel
andere beschouwelijkheid. Je moet naar ze kijken zoals je naar een
schilderij van Vermeer of zelfs van Mondriaan kijkt - dat wil zeggen,
naar een zeer verfijnde detaillering. Daar hebben ze recht op.'
Bijna uitputtend is de 292 pagina's tellende uitgave Gubbels totaal
- vijftig jaar schilderijen, een catalogus, liber amicorum, fotoalbum
en object ineen, verschenen ter gelegenheid van de gelijknamige overzichtstentoonstelling
van de toen 70-jarige kunstenaar in het Museum voor Moderne Kunst
in Arnhem, van okt.2004 tot jan. 2005. (Uitg. Terra Lannoo, postbus
1080, 7230 AB Warnsveld, www.terralannoo.nl).
Teksten van Max Meijer, Georges Boudaille, Kho Lian Ie, Rutger Noordhoek
Hegt, Jan van der Marck, Juul Kraijer, P.L.A. (Pierre) Janssen en
Mark Brusse. Daarnaast fotocitaten, documenten, atelieropnamen en
de blijvende ontwikkeling van een imposant oeuvre, dat zich beperkt
tot het liefdevol aanschouwen en weergeven van de meest gebruikelijk,
bekende huishoudelijke gebruiksvoorwerpen. Tafels. Ketels. Koffiekannen.
Stoelen.
Schreef Pierre Janssen tnp vanuit Sestri-Levante in Een Les over
het Fenomeen Gubbels: 'Ziet men Gubbelsen op een rij, dan gaan
ze werken als een kettingreactie, je wordt er een beetje high van;
het gaat naar een raadselachtige mono-spraak, - bedoelt hij daar toch
iets mee, wil hij er toch wat mee zeggen? Daar komt niemand achter,
ook Gubbels zelf niet, het is niet uit te peilen. Zeker is dat hij
niet de geleding van het perspectief toepast omdat hij niet de diepte
in wil, met een hier en een ginder, met groter en kleiner. Hij wil
aan het oppervlak blijven.'
In het gesprek met Meijer kwam zowel de verlegen als zelfbewuste schilder
goed uit de verf; zijn laconieke aard en humor zijn zeer aansprekend
en doen de werken dichterbij aanschouwing komen - zijn werkwijze is
zeer consciëntieus: verhelderende woorden werden gesproken en
aandachtig beluisterd.
Klaas herinnerde mij aan een bezoek dat ik hem, met enkele anderen,
in zijn atelier in 1962 bracht; wij kwamen vanuit Wageningen waar
een redacteur van De Spiegel, een destijds verschijnend christelijk
nationaal weekblad ons had uitgenodigd voor een party 'op zijn
Leidsepleins' - aangezien de meegebrachte genotsmiddelen niet overeenstemden
met het genotspatroon van de gastheer-en vrouw en hun vrienden, eindigde
het feest in een mooie chaos, die ons eerst deed vluchten naar Klaas'
atelier, waarna wij ten huize van Felix Valk voor het eerst kennis
mochten maken met een ander Arnhems Fenomeen: Johnny van Doorn, die
een onvergetelijke selfkickmanifestatie ten beste gaf - meer dan toeval
dat gisterenavond de Dode Dichters Almanak bestond uit een
dergelijke bijdrage van Johnny aan Poëzie in Carré,
1966.
Alvorens naar Eindhoven te vertrekken (Volvo 460 is een heerlijk kilometervretertje)
maakte Edith vanuit ons raam enkele opnamen van enig dronkemansgelal
en wildplasserij notabene op het Professor Tulpplein voor het Amstelhotel.
Enigszins (zéer) brutaal, midden in de stad - een echte Arsman-collectie-foto;
zie de man links spartelend lallend op straat liggen
- schande! (wat een mooie foto). Verder nemen we ter illustratie Simon
voor een schilderij van Armando in diens highlight-zaal op de korrel,
Edith voor Klaas' schilderij Intens, diens hout-ijzersculptuur
Tornado en de heren Meijer en Gubbels in gesprek.
Met dank aan de Schoots-clan: Ma, Roland, Mariëtte, Hanneke en
Adriaan. Tot een volgend keer. Ook jullie hier, gegroet voor vandaag.
Simon Vinkenoog.
Zaterdag 8 oktober 2005
Een paar vruchtbare uren doorgebracht met Coen de Jonge; hij brengt me papieren uit de jaren zestig en daarvoor terug:
mijn MULO-diploma
uit 1944, de brieven die ik in de jaren '50 vanuit Parijs voor litterair
Paspoort schreef, en de vroege correspondentie met Allen Ginsberg,
onder meer een airletter ° aérogramme ° par avion (eenvoudig
naar binnen omvouwen adres buitenop lichtblauw luchtpostpapier) van
Allen Ginsberg. 170 E 2 Street, NY, USA aan Simon Vinkenoog, Bloemgracht
8, Amsterdam,-C, Netherlands, poststempel NY feb 22 12 PM 1961.
"Ah yes sad Lumumba -- what is to be done? -- change people's
hearts -- can't do it anymore by shooting murderers -- got to get
them high maybe that help so they realize they are starving and murdering
themselves. (...) I think the race is mutating, we will all be
the messiah together. Love Allen."

Coen de Jonge, die al tien jaar mijn dichtwerk bezorgt en daarover
schrijft, is bezig met de bundeling van een aantal van mijn gedichten
die Zonneklaar gaat heten, de eerste sinds De
ware Adam uit het jaar 2000. De Amsterdamse gedichten
worden bijzijde gelegd voor een tweede bundeling met mijn geboortestad
als plaats van handeling, Mad Master Amsterdam! Mokum Aleph, het nieuwe
Jerusalem, met de poorten van de stad altijd wagenwijd open voor mensen
en winden uit alle richtingen - het zal er voor mij althans altijd
zo blijven uitzien - maar wie ben ik?
Andere plannen duiken op en onder, een fotoboek waarbij ik Martin
Harlaar wil inschakelen; wij treffen elkaar bij de tentoonstelling
van Giny Oedekerk's foto's uit de jaren '50 op 6 november.
(Morgen Eindhoven Kunstkabinet Galerie Schoots, dinsdag op verzoek
van Diana Ozon in De Kring, of all places; even keuken beproeven:
dagschotel. Woensdag naar Nijmegen voor het poëziefestival 'Onbederf'lijk
Vers, www.onbederflijkvers.nl,
een optreden samen met Pom Wolff en Lucas Laherto Hirsch).
Ik wil de dag,
het weekeinde in. Nog even naar aanleiding van de Hugo Claus-studies.
Ontdekkingen kunnen blijven doen in het vierde deel van Het teken
van de ram - zie Kersvers van gisteren. Er even fijntjes
op wijzen, dat in het tweede deel van dit Jaarboek voor de Claus-studie
(Uitgeverij Kritak/De Bezige Bij) , geheel in het teken van Claus
'activiteiten in de jaren 1950-1955, de brievenrubriek op de pagina's
55 t/m 120 bestaat uit XXXII brieven van Claus aan ondergetekende,
vanuit Rome of elders naar Parijs gestuurd, waar ik die tijd woonde.
Mede dankzij de voetnoten - hertellend 232 - geeft het een mooi tijdsbeeld.
In het briefje dat het vierde deel vergezelde, liet hoofdredacteur
Georges Wildemeersch mij weten: 'Ondertussen werken wij hier - zoals
u weet - dapper door aan een volledige brieveneditie van HC - SV.
Ik hou u op de hoogte! Van harte,
en ik uiteraard bij deze van harte terug. Nee, ik was het vergeten
- ik zie er naar uit; altijd raar gevoel je eigen voor 1 persoon bedoelde
teksten van een halve eeuw geleden terug te lezen.
Iets dergelijks heeft zich ooit voorgedaan bij de brieveneditie in
twee delen van Jan Hanlo; daar staan er zoveel aan mij in, dat ik
de uitgever, Geert van Oorschot vroeg er een brieveneditie van te
maken, waarin ook mijn brieven aan hem zouden komen te staan.
Daar voelde hij niets voor; de enige wel gepubliceerde correspondentie
uit die tijd is die met Hans Andreus, verschenen bij de Prom, geredigeerd
door Jan van der Vegt.
Na deze duiken in het verleden is het woord aan de alledag, die zoals
men weet niet zo alledaags is; wij gaan weer even van het buitengebeuren
genieten en de kranten mogen mee. Tot maandag, D.V., popel mee! Simon
Vinkenoog.
Vrijdag 7 oktober 2005
"Ik schrijf
soms pure nonsens, en af en toe totaal onbelangrijke dingen gedurende
drie-vier dagen, alleen maar omdat ik daarmee mijn telefoonreklening
kan betalen. Daar heb ik niet de minste gêne over. Dat hindert
mij helemaal niet. Ik heb zelfs meerdere gradaties: ik heb er die
ik doe, alleen maar voor het geld, en dan een aantal die ik doe voor
het geld, maar met plezier, en dan, enfin, de rest, die ik doe alleen
maar omdat ik er helemaal zin in heb."
Aan het woord was Hugo Claus in gesprek met Freddy de Vree op 30 april
1966.
In januari 1968 vertelt Hugo Claus in de Zondagmorgen over
zijn reis naar Cuba in het gezelschap van Han Lammers en Harry Mulisch:
"Ik kwam uit Cuba terug met een gevoel alsof ik peppillen had
gegeten. Alsof ik high was, helemaal trillerig van opwinding. Ik voelde
me ontzettend opgekikkerd door alles wat ik daar had gezien, gehoord,
meegemaakt. Ik had nooit gedacht dat ik zo zou kunnen reageren. Ik
ben van nature een zeer wantrouwig iemand, maar toch..."
Op 28 september 1966 neemt Hugo Claus in het Brusselse Paleis voor
Schone Kunsten deel aan Poëzie in het Paleis, de tumultueuze
slotnacht van een driedaagse poëziemanifestatie. Hij las er,
bekroond door een langdurig applaus, zijn Open brief aan Jan Walravens
voor, waarvan de tekst te vinden is op de pagina's 18/19 van
Het teken van de Ram. Bijdragen tot de Claus-studie, waarvan
deel 4, behelzende de jaren 1965-1975 dit jaar bij De Bezige Bij verscheen.
In de 222 pagina's van dit met 26 illustraties (een naakte Yoko Ono!)
verluchte zeer onderhoudende lees-studieboek heel wat krenten in de
pap. Van Claus zelf ongepubliceerd en ongebundeld werk: (gelegenheids)gedichten,
vertalingen (Meng Chiao, Hölderlin, Baudelaire, Neruda, Borges),
twee vertellingen en openingen over kunst.
Omtrent Masscheroen behelst drie teksten, een Pleidooi voor
Eros, Naakt als de waarheid en de vrijheid, en De erotische vrijheid
kan een wapen zijn, over het proces tegen hem gevoerd.. Ook in de
Kroniek 1965-1975, door hoofdredacteur Georges Wildemeersch nauwgezet
bijgehouden is meer over de rechtsgang te lezen: zijn toneelstuk Masscheroen,
waarin drie naakte vrienden optreden als Heilige Drievuldigheid:

Freddy de Vree
als Jezus Christus, Hugues C.Pernath en Bob Cobbing, tijdens een Festival
van Experimentele Films in het Casino van Knokke opgevoerd, leidde
tot een van die treurige processen waarmee wij in Nederland en België
van tijd tot tijd geconfronteerd worden, als het om provocerende grensverkenningen
gaat.
De helaas te vroeg overleden Freddy de Vree leverde voor deze studie
een bijdrage over Claus en de jaren 60. Hierin komt ook een vermakelijk
verslag voor van de Brusselse Paleisrevolutie-avond in Brussel september
1966. Kostelijk, misschien moet ik het ich-chi-hic tevoorschijn halen,
pagina's 146 t/m148, en vervolgens naar pagina 157/8. Ingewikkeld,
maar daartussen verschuilen zich Masscheroen, Anthony Cox, Jean-Jacques
Lebel en Yoko Ono, eveneens aangeklaagd wegens naaktheid tijdens een
happening na de opvoering van Claus' stuk.
Ik vond een vergeten datum terug; mijn herinnering moet nog worden
opgewekt. Uit de Kroniek l965: 'Van 29 mei tot 1 juli 1965 neemt hij
(H.C.) afscheid van de schilderkunst en organiseert een Retrospectieve
in Galerij Margaretade Boevé te Assenede. Zij wordt geopend
door Simon Vinkenoog.' Wist ik niet meer dus; en afscheid van de schilderkunst
heeft hij nooit genomen (zie de Cobramuseumshow)- en nu gaat weer
het gerucht dat hij nooit meer zou dichten. Ik ga het hem niet vragen,
in elk geval.
De10 regels tekst van mijn hand, uit Kruispunt-summier, 1968/28;
nooit gezien, ga ik niet overtikken. Ik heb nog een laatste fragment
uit dit interessante boek, waarin ik verder lees..
Van Geert Buelens, over Claus' dichtwerk, ook zeer behartenswaardig,
bijvoorbeeld over de Vijftigers: "Sinds het expressionisme dertig
jaar eerder had de Nederlandstalige poëzie niet meer zo opzichtig
'Ik ben bijzonder, vind mij buitengewoon' geschreeuwd. Meer nog dan
tijdens het interbellum bleef deze demarche niet zonder gevolgen.
De Beweiging van Vijftig markeerde een revolutie die in ons taalgebied
een ongekende literaire energie genereerde. Paul Rodenko's bloemlezing
Nieuwe griffels schone leien (1954) werd een buitengewoon verkoopsucces
en overal in de Lage Landen begonnen jongelingen experimentele verzen
te schrijven. Het soepele parlando en de exuberant romantische beeldspraak
van Hans Andreus werden populair en al snel klassiek, maar de echte
poëtische omwenteling voltrok zich vooral bij Lucebert en Hugo
Claus. apocrief / de analphabetische naam (1952) en De
Oostakkerse gedichten groeiden uit tot paradigmatische bundels
van de naoorlogse Nederlandstalige lyriek. Extreme, vaak extatische
ervaringen en gevoelens werden er in niet minder extreme beelden gevat.
De poëtische taal werd er expliciet tot onderwerp gemaakt.' En
Buelens toont dat dan aan met drie regels van Lucebert:
' ik ben een taal
die als water wegzwemt naar een tuil
lucht.'
Zo voel ik mij, op weg naar de tuin. Boek gaat mee. Boekje open; we gaan er mee door. Jelui Simon.
Donderdag 6 oktober 2005
Tot volgend jaar,
Deo Volente, appelboompje nr. 152 op de Biologica-adoptie-appelboomgaard,
rij 6, op Den Olmenhorst in Lisserbroek, tweede afslag eerste rechts
vanuit Amsterdam A 4, zal ik maar zeggen. Het was een zelfplukdag,
waarbij bezoekers van het landgoed zelf appels uit de boomgaard kunnen
plukken en bij de uitgang afrekenen. Woensdagmiddag: gezinsuitje:
jongetjes verrukt heen en weer rennend.
45 Elstars lachten ons toe en mochten mee naar Amsterdam. Plukken:
tak niet beschadigen, draaien, steeltje moet meekomen. Vanwege het
mooie weer zijn we twee appeltjes gaan oppeuzelen in de eigen tuin
onder de eigen middagzon in de schaduw van het Vliegenbos. Ook daar
een scrabble-spel en genoeg bladeren om van de patio te vegen. Bewaren:
elkaar niet rakend op een krant op de vliering. Of elke dag an
apple a day keeps the doctor away, of appelmoes, hmmm. Wij zullen
zien, proeven en lachen.
In 1965 verscheen
bij uitgeverij Holland in Haarlem de dichtbundel Syntropisch
van Hans Andreus (21 februari 1926 - 9 juni 1977). Dichter-uitgever
achtten het noodzakelijk een korte verklaring aan de gedichten vooraf
te doen gaan, waaruit het volgende:
'De titel van de bundel is gebaseerd op een zelfs in 'vakkringen'
betrekkelijk nieuw begrip. Syntropie. (...) Syntropie is het tegengestelde
van entropie, waarbij het 'entropische proces' ongeveer het volgende
inhoudt: des te meer vrije energie brengt des te meer wanorde teweeg,
die zich uiteindelijk (2e wet der thermodynamica) stabiliseert tot
de absolute kou, de 'koudedood', de schijnbare orde van het volstrekt
onvruchtbare. Syntropie, ook wel negatieve entropie of negentropie
genaamd, berust juist op een omgekeerde wetmatigheid: des te meer
creatieve informatie en communicatie, des te minder wanorde en des
te meer integratie.'
Een geruststellende toevoeging: 'Men late zich door deze terminologie
niet afschrikken: de lezer hoeft bepaald niet zó erg op zijn
tenen te gaan staan om de essentie van de bundel in zich op te nemen,
al zal hij zijn tenen misschien wel iets moeten strekken.'
En een notitie, ondertekend H.A.:
'Wat betreft het aantal termen, toespelingen en speculaties in de
hier volgende gedichten: ik ben van mening dat de hedendaagse mens
op zijn minst een basiskennis behoort te hebben van wat deze eeuw,
o.m. via de moderne natuur- en andere wetenschappen, tot deze 20e
eeuw maakt. Ik heb dan ook niet mijn onheil gezocht in voetnoten of
verklaringen achteraf, maar stel enig vertrouwen in een nadere onderzoekingsdrift,
zonodig, van de kant van de geïnteresseerde lezer zelf.'
En hier, voor éen keer met Kersvers in zee (op dreef,
niet op drift), een gedicht uit die bundel, genaamd
FEEDBACK.
Ik stel mijn ogen
scherp tot ik wat zie.
Ik stuur mijn voeten bij en ik loop door.
Ik spits mijn oren toe tot ik iets hoor.
Ik kan heel goed tegen mijn entropie.
Ik maak dat mijn
dorst drinkt, mijn honger eet.
Mijn koude handen zorgen voor een vuur.
Ik stuur mij van het ene in het andere uur,
terwijl ik van tijd tot tijd de afstand meet.
En het is alles
niets zover ik weet,
niets dan het blijven tikken van een insect,
tikkend in ruimtes door de tijd verwekt,
tijd zelf geboren
uit doodsangst en trots,
de trots en de angst van wie zich afmeet
tegen de leegte van de liefde Gods.
Hans Andreus, Syntropisch. Verzamelde Gedichten (Bert Bakker, 1983, pagina 648).
Overstapje terug
naar Hier & Nu (Hier Overal en Niet Hier Nergens). Bij het verder
doorbladeren in het honderdste nummer van EssensiE, de 'terugblik
op de mooiste momenten van jouw lijfstijlblad', de high
lights uit de geschiedenis van het blad: in willekeurige volgorde
treffende uitspraken van geïnterviewde bekende Nederlanders.
Lang geleden, in nr. 9, dat is negen jaargangen geleden, heeft
Theo van Gogh ('volksheld, R.I.P.') het een en ander over mij verhaald,
dat ik nooit eerder gelezen heb en nu dus voor het eerst onder ogen
kreeg. Even slikken maar:
"Ik ben een ongelovig mens en ik moet helemaal niets hebben van
mensen als Simon Vinkenoog, die prat gaan op hun 'spirituele ervaringen.'
Waarschijnlijk ben ik nog een van de laatste Mohikanen uit de school
van Nihilistische Reactionairen. God bestaat niet en een goddelijke
ervaring heb ik nog nooit mogen meemaken. Ik ben gewoon een eerzaam
burger die niet vies is van een snuifje coke of een borrel op z'n
tijd. Maar drugsverheerlijking of propaganda ervoor voor zogenaamde
spirituele doeleinden, vind ik werkelijk onzinnig. Je begeeft je dan
al gauw in de padvindersfeer van mensen die we allemaal wel kennen.
Je zult me dus nooit aantreffen op die intieme quasi-wetenschappelijke
avondjes waar louche psychiaters over de therapeutische werking van
LSD lullen. Als ik iets gebruik, dan doe ik dat gewoon omdat ik het
lekker vind, een betere motivatie kan ik niet bedenken."
Zo is dat: one man's heaven is another man's hell. Verder
weet ik niet waarover-ie 't toen had; mijn idee van 'lekker' is blijkbaar
anders dan het zijne.
Overigens heb ik ooit (na te gaan wanneer) Een Prettig Gesprek
met hem gevoerd, dat zich afspeelde in het Hilton Hotel in het bed
waar ooit John Lennon & Yoko Ono hun 'bed act for peace' hadden
opgevoerd: voor de vrede in bed blijven - nuja, alle beetjes helpen.
'The war is over if you want it' - Lennons uitspraak siert
een toegangsweg tot Los Angeles.
Soms kan ik de
politiek (met een hoofdletter; niet de dorpspolitiek van Nederland)
niet buiten deze pagina's houden, als die ons allemaal aangaat en
ter harte dient te gaan.
In Het Parool van gisteren, woensdag 5 oktober 2005, komt
Harry Wu aan het woord: 19 jaar in Chinese hel, Harry Wu kan het
nog na vertellen.
Voor de officiële Chinezen die op dit ogenblik een cultureel
Amsterdam China Festival met veel commerciële wandelgangen bezoeken,
is de internationaal befaamde dissident, uitgenodigd voor een avond
over mensenrechten in het debatcentrum de Balie, niets dan
een veroordeeld crimineel zonder recht van spreken.
Hij doet het hier vrijuit, sprekend met Loes de Fauwe:
"De staatsgeheimen die ik heb gestolen, is de informatie dat
er naar schatting duizend gevangenkampen zijn, met drie tot vier miljoen
gedetineerden, dissidenten, internetjournalisten, die er zonder proces
zijn vastgezet. Ik wilde weten wie zij zijn, hoeveel van hen worden
geëxecuteerd, van hoeveel mensen organen zijn verkocht aan buitenlandse
patiënten, hoeveel van die dwangarbeiders producten maken die
in het Westen worden verkocht. Zulke staatsgeheimen, daar praat ik
over."
'Harry Wu is niet optimistisch over de nabije toekomst van zijn vaderland.
Hij ziet de massale toestroom van buitenlandse bedrijven en zegt:
'Al die landen knopen nu zelf het touw waarmee ze zullen worden opgeknoopt.
China wordt met deze explosieve economische ontwikkeling steeds machtiger,
een supermacht. En kapitalisme brengt niet per definitie ook democratie.
Denk aan wat in de jaren dertig in Duitsland is gebeurd; daar ging
het met de economie eerst ook zo goed.'
Dit was mijn uurtje freewheelen. Gegroet, Simon Vinkenoog.
Woensdag 5 oktober 2005
Wat een heisa hola op een aantal
sites; wat wordt er uitgedacht en opgedoft, geïnstalleerd en gelinkt
en geswitcht further back - tot je verdwaalt in een labyrint van al
dan niet goede bedoelingen. Soms ziet een webstek of weblog er prachtig
uit en is het gebodene van nul en generlei waarde, zonder enige andere
betekenis dan het kletskoekgehalte; soms spat het alle kanten uit; ik
ging weer eens kijken bij DEOXY.ORG (voor de kenners Deoxyribonucleic
Hyperdimension) en zag dat de laatste toevoeging bij Timothy Leary van
vorige week dateerde.
Er komt, mij aangeboden een CD-Rom op mij af met teksten van Allen Ginsberg
en Leary, die ik dan weer hier zou kunnen uitzetten - als ik de verschillende
tijdsduren bij elkaar optel is dat vijf uur woorden, woorden, woorden.
Wie wil dat? Of zou je kunnen luisteren terwijl je een kunstwerk maakt?
Wat dat betreft heb ik mij weinig experimenteel op dit apparaat begeven;
Edith en ik houden elkaar voortdurend voor dat wij ons toch eens moeten
laten onderrichten door de 14-jarige whizzkid Bozar - het is er nog
niet van gekomen. Wel spits ik mijn oren bij elk nieuw woord dat ik
tegenkom: zou het te googlen zijn? Kijken wat gebeurt als ik naarfrequency
comb op zoek ga... (Een kleurenwaaier van laserlicht, zo verneem
ik bij het kennisnemen van de info betreffende Nobelprijswinnaars).
Zelf ben ik me er van bewust, dat veel goede ideeën die ik in mijn
leven ben tegengekomen nooit tot vrucht of wasdom zijn gekomen, zelfs
onbekend bleven. Sommige boeken reizen veertig, vijftig jaar met me
mee - en ik wil daar met graagte over komen te schrijven: de interessante
wijze waarop kennis rondwaart, is een prachtig schouwspel; er voltrekt
zich inderdaad a new dimension in the dissemination of information.Er
zijn weer
lost connections for solid facts, om twee inner space cosmonauts
uit de twintigste eeuw aan te halen: Alexander Trocchi, schepper van
het sigma-idee, en Olaf Stoop met zijn Real Free Press.
Hoeveel ontdekkingen alsnog te voorschijn brengen. R. Buckminster Fuller,
dankje Pieter Brattinga, dankje London School of Economics, waar ik
hem ('Bucky') twee keer achtereen een 'lezing' van drie kwartier heb
horen geven, ieder vanuit totaal verschillend standpunt het andere overlappend,
complementerend: een genie! Een paar van zijn boeken vergezellen me.
Ik doe een greep:
Zijn Intuition (Anchor Books, 1973) toont hem op het omslag
aan het stuur van zijn zeventien tons zeewaardig zeilschip, dat hij
zo gedoopt had, en ik pluk een notitie:
'I found myself publishing in '49,
As did Norbert Wiener in another book at the same time,
Unwitting of one another's coincidental
Perceptionings and simultaneous disclosures
That all biological life is antientropic
And that the human mind
Is the most powerfully effective
Antientropy
Thus far evidenced.'
Daarin raak ik nu dus even opnieuw verzeild. O, hoe je popelt om het 'gemeengoed' te maken, om het toegepast te zien: in nieuwe energie, synergie, syntropie. Hoe groot de rol van intuitie en hoe belangrijk de synchroniciteiten: hoe er samen gevallen gaat worden - een vrije val naar 'an infinitely inclusive exquisite love'.
" Knowledge is of the brain
Wisdom is of the mind
And there is herewith implicit
An a priori wisdom-of-wisdoms.
Out of the a priori mystery
From time to time
Mind fishes a new
Generalized principle,
Which though absolutely unique
Always accomodates and integrates
With all the previously discovered
Generalized principles."
Om kort te gaan: "Specialization
is antisynergy. "Er zijn altijd denkers de rigueur, of in de mode,
of spraakmakend, een man als Jeremy Rifkin die notabene Amerikaan ons
oproept van Europa te gaan dromen en die droom waar te maken.
Ik houd van de generalisten; bij Marshall McLuhan en in de praktijk
wist ik the Gutenberg galaxy te verruimen, bij Oliver Reiser kwam ik
in acht dimensies terecht (4 gemanifesteerd en 4 niet-gemanifesteerd),
bij Maslow leer je alles van piekervaringen en bovendien bleken Maarten
Lietaert Peerbolte, Hans Andreus, Bert Schierbeek en de Konzentrative
Selbstentspannung voldoende om mij aan de praat te houden. Robbert Dijkgraaf
spreekt over de snarentheorie bijvoorbeeld in het nieuwe nummer van
Bres.
De Festina Lente-avond bleek zeer gezellig, mede dankzij de aanwezigheid
van de Haagse schrijversvereniging 'De rode voeten', waarvan de leden
ongetwijfeld rode oortjes gekregen zullen hebben van verschillende andere
optredende dichters.
medejuryleden
Sven en Erik Jan
Babak Amiri kreeg van de jury Sven Ariaans, Erik Jan Harmens en mijzelf
de maandprijs; de publieksprijs ging naar Mohammed Jan, ooit Moos Volke,
nu met volle baard.
Edith en ik gaan straks naar de Olmenhorst, om onze appels te plukken.
Wij hopen dat boom 152 vol zit; Edith spreekt al van Susanne en ik van
appelmoes. Tot dan, leve de vrijheid. Simon Vinkenoog
Dinsdag 4 oktober 2005
"The more
people smoke herb, the more Babylon fall." En dat is nog altijd
de bedoeling: het adagio van Friedrich Nietzsche luidde: "Was
fällt, das soll man stürzen, dass es noch schneller falle."
Bob Marley wordt in EssensiE 100 geciteerd door Derrick Bergman,
en het hier door mij aangehaalde citaat gebruikte ik al in 1968, bij
een strijdlied en liefdesgedicht voor de 70ste verjaardag van Jef
Last (Wonder boven wonder, gedichten 1965-1971, De Bezige
Bij, 1972).
En even, tussen haakjes, mij werd weer gevraagd naar een bibliografie;
die is het meest uitgebreid op de website van de Koninklijke Bibliotheek;
mijn boek Liefde is zelfs gedigitaliseerd, zelf kom ik ook nog wel
eens met een overzicht van mijn uitgaven op de proppen.
Het honderdste nummer van het 'geestverruimend lifestyle magazine'
EssensiE met als mini-postzegels 100 covers op de cover,
is samen met de glossy Highlife, organisator van de jaarlijkse
Cannabis Cup, het enige blad dat zich vrijuit weet te uiten over het
reilen en zeilen van de cannabiswereld (en daarbuiten: smarter
& smarter), al ontbreekt ook hier de disclaimer
niet:
"EssensiE magazine wil niemand aanzetten tot het gebruik van
drugs of welke andere schadelijke middelen voor de volksgezondheid
dan ook. Wel willen we via informatie en communicatie een platform
bieden voor onafhankelijke individuen die hun eigen keuzes en verantwoordelijkheid
in het leven willen nemen. Geestverruimend & Onafhankelijk, dat
is de essentie van uw maandblad EssensiE."
De hoofddredactie is vanaf het begin in handen van de capabele Michiel
van Hinsberg, die in het voorwoord van dit jubileumnummer opsomt wat
allemaal is langsgekomen:
"interviews met wereldbands als Motörhead, Steelpulse, UB
40, Osdorp Posse, de opkomst van de mediwiet, de jointmachine, de
hasj-machine... gesprekken met freefighters en boksers die de nodige
sponsoring uit de cannabisbranche genoten, de eerste legale staatskweker
in Nederland (uit Amerika) die inmiddels alweer zijn koffers heeft
mogen pakken, het fenomeen 'kampers', wat gewoon hele toffe gasten
blijken te zijn, het overlijden van dierbaren als Wally Tax, Herman
Brood, André Hazes en natuurlijk Theo van Gogh."
Sinds jaar en dag zijn als columnisten aan het blad verbonden DC Lama,
Def P., Giel Beelen, Mo el-Fers, Arno Adelaars, en ondergetekende
- ieder met zijn eigen Umwelt, 'en de boom wordt hoe langer
hoe dikker.' Bij de medewerkers staan nog vermeld Iris (van Conscious
Dreams), August de Loor, Tygo Gemandt, Ger de Zwaan, Koos Zwart
en andere ervaringsdeskundigen.
Voor dit honderdste nummer van EssensiE stelde Michiel 100 'essentiële'
vragen aan 12 medewerkers-redacteuren en zichzelf: 7 informatieve
pagina's.
Gevraagd naar zijn drijfveer om voor EssensiE te schrijven antwoordt
Derrick Bergman: 'Ik zie de zogenaamde oorlog tegen drugs als een
van de grootste vergissingen van de mensheid. Desinformatie speelt
in deze oorlog een grote rol, dus is het geven van objectieve informatie
essentieel. Bovendien blijft de internationale cannabiswereld één
van de leukste scenes om je in te bewegen als journalist en fotograaf.
In die zin is mijn hobby mijn beroep.' Hear, hear! Van zijn
hand is in dit nummer het 10 stappenplan over Buiten nederwiet kweken,
en uiteraard het citaat waarmee ik Kersvers opende.
Arno Adelaars verhaalt over de journalistieke en etnografische werkwijze
van de participerende observatie. 'Toen ik mijn ecstasyboek in 1991
publiceerde had ik de jaren daarvoor gemiddeld drie nachten per week
volop meegedanst en geslikt in de nieuwe Acid House scene die aan
het einde van de jaren tachtig in Amsterdam ontstond. Het verschil
tussen al die vrolijke partygangers en mij was dat ik de volgende
ochtend of middag achter mijn typemachine ging zitten om mijn indrukken
van de voorafgaande nacht op te schrijven. Ik had twintig jaar ervaring
met paddo's, toen ik 'Alles over Paddo's' in 1997 schreef.
Ik schrijf momenteel een boek over de junglethee ayahuasca. Tien jaar
geleden heb ik dat voor het eerst gedronken. Dus bij ieder boekproject
weet ik uit de eerste hand waarover ik het heb.'
Mohammed el-Fers, uit Hitweek-jaren, die Mokum TV (op Salto
A1 ) bestiert, gevraagd naar zijn keuze voor geschikte burgemeester:
'Als er een gekozen burgemeester komt, dan moet dat wel een man/vrouw
zijn met normale opvattingen over onze Nationale Trots: de Nederwiet.
Beste kandidaat is natuurlijk de Amsterdamse coffeeshophouder Michael
Veling, die nu voor het CDA in de Amsterdamse deelraad Centrum zit.'
Vraag je coffeeshop naar EssensiE 100; elke maand kan een coffeeshop
10 nrs ontvangen voor maar £ 13.00! Zelf vinden? Postbus 4946,
2003 EX Haarlem, kantooradres Hendrik Figeeweg 19c, 2031 BJ Haarlem,
023-5431143 (bladmanager), 023-5431145 (redactie), nabestellingen
£ 5 per nr. Abonnement € 26.
Gevraagd naar
dingen die ik beslist nog wil doen of veranderd zien, blijk ik gezegd/geschreven
te hebben: 'In vervulling Wereldvrede, maar daar gaan nog wel wat
generaties overheen. Verder leven Edith Ringnalda en Simon Vinkenoog
volgens een doorbraak in de evolutie: een partnerschapstoekomst (Zie
Rian Eisler: De Kelk en het Zwaard). En hopen dat nog lang
te mogen doen. Ik zou heel wat veranderingen willen zien, maar ik
kan geen ijzer met handen breken. We zijn wel bezig met een coup du
monde, niet een staatsgreep, maar de Verbeelding aan de Macht!'
En: 'Er is er maar 1 van mij! Profiteer ervan! Don't follow leaders!
Do your own thinking! Don't worry, be happy.'
De zon tegemoet; vanavond Festina Lente. Een herfstgroet. Simon Vinkenoog
Maandag 3 oktober 2005
Na een vrijpartijtje is het een kwartier lang de adem terugvinden; welgemoed de nieuwe week 40 en de 10de maand van het jaar binnengestapt. Tevreden terugblik op de afgelopen vier uit-dagen: donderdag de bijeenkomst bij Flevodruk in Harderwijk, vrijdag de "wereldpremière" van Wilko Bello's Adem even in... over jonge slam-dichters in het Louis Hartlooper complex 2 tijdens het Utrechts Filmfestival, zaterdag de zeer geslaagde avond in het Noord-Groningse Winsum voor de Kulturele Commissie, mooi oud plaatsje overigens - wij mochten kennismaken met het bedstee-logement van Camping Marenland; in de zomer een absoluut waterparadijs - en gisteren vijf keer (voor het jaarlijkse Dichter aan Huis in Den Haag) een poëtische minishow van 20 minuten in de mooie voorkamer van de familie Edelman, Lange Voorhout 100, met prachtig uitzicht op de vallende herfstbladeren.
Morgen de maandelijkse Festina Lente-dichtersavond, hier
in Amsterdam aan de Looiersgracht 40, waar ik altijd met genoegen
naar uitkijk: never a dull moment!
De Volkskrant komt vanochtend met een zeskoloms foto van de
Yalta & Beyond-bijeenkomst in Maastricht (zie Kersvers
van 25 en 27 september en de link Geschiedenis op deze website)
met als kop 'We lijken toch kopieën van onze grootvaders.'
Enkele citaten uit het verslag van Bert Lanting. Op de vraag of het
verbond tussen de drie regeringsleiders Churchill, Roosevelt en Stalin
in februari 1945 meer dan een 'verstandshuwelijk' was, brandt Stalins
kleinzoon Jevgeni Dzjoegasjvili meteen los: 'Huwelijk? Zij waren de
vijanden van de Sovjet-Unie! Ze wilden de Sovjet-Unie om zeep helpen
en in de oorlog keken ze met genoegen toe hoe het Rode Leger jaar
na jaar alleen tegen Duitsland vocht. Pas toen het Rode Leger Duitsland
bereikte, begonnen ze haast te krijgen.'
Winston Churchill (de kleinzoon) reageert 'fijntjes': 'Ik zou u eraan
willen herinneren dat Groot-Britannië vijftien maanden helemaal
alleen tegenover Duitsland stond. De Sovjet-Unie was toen de bondgenoot
van nazi-Duitsland.'
Omdat beiden niets moesten hebben van het koloniale beleid van de
Britten, hadden FDR (president Roosevelt) en Stalin de beste relatie:
'Ja, FDR had meer oog voor de koloniale rijken van het verleden dan
voor het nieuwe rijk dat de Sovjet-Unie bezig was te vestigen in Europa.'
De Sovjet-troepen die als bevrijders kwamen bleven als onderdrukkers,
is de 'zoetsappige' constatering van Churchills kleinzoon.
Stalins kleinzoon wil uiteraard van Stalins misdaden niets weten,
trots op het feit dat hij, de gepensioneerde kolonel, een kleinzoon
van de dictator is: 'Allemaal laster. Hij heeft Rusland van de armoede
verlost en een supermacht van de Sovjet-Unie gemaakt.'
Het nodige commentaar is te leveren; op de Maastrichtse website van
Yalta and beyond (google maar) is een interessante tekst
van Amerika-deskundige Willem Post te lezen: Yalta en het grote
onbegrip, dat belangstellenden meer food for thought
oplevert.
De supermacht, die Sovjet-Unie heet, heeft toch voor het kapitalisme
moeten buigen om te overleven. In Het Parool van zaterdag
1 oktober brengt Ivo Weyel op twee Zaken-pagina's, met zes
foto's, verslag uit van de Millionaire Fair afgelopen week
in Moskou gehouden.
'Rusische miljonairs ontvangen Yves en Derk met open armen.'
Yves Gijrath (38) is de bedenker en licentiehouder van de Nederlandse
Miljonair Fair, die in 2002 voor het eerst in de Amsterdamse RAI werd
gehouden - met zoveel succes dat hij het idee wist door te verkopen;
in december staat deAmsterdamse Miljonair Fair weer voor de deur en
daarna volgen voor het eerst Sjanghai in april, Kortrijk in juni en
Cannes in september 2006. Onderhandelingen met andere steden zijn
in volle gang; Boedapest, Praag en Doebai staan op het verlanglijstje.
'De wereld ligt voor ons open.'
Voor Moskou wendde Gijrath zich tot Derk Sauer, die samen met zijn
vrouw Ellen Verbeek een media-imperium in Rusland wist op te bouwen,
met onder andere The Moscow Times en Cosmopolitan.
Doorslaand succes, niet in het minst door het feit dat Moskou volgens
het tijdschrift Forbes de stad met de meeste (dollar-) miljardairs
ter wereld is (33 stuks) en Rusland met 88.000 (dollar-) miljonairs
in de topdrie van landen met de meeste rijkaards staat. Zij worden
op deze fair dan ook ruimschoots bediend, vertonen zich in volle gala-uitrusting
('alle galajurken en bijous zijn uit de kast gehaald') en doen ruimschoots
inkopen.
'Er worden helikopters en jachten verkocht, horloges van een ton of
meer, gouden serviezen. In een zandbak draven volbloed renpaarden
rond (vanaf 1 miljoen per stuk). Drie ervan worden op de openingsavond
verkocht. Cartier is vertegenwoordigd, Philips, het Franse delicatessenhuis
Fauchon, Cadillac, Vertu (mobiele telefoons vanaf tienduizend euro),
Wedgwood, Hairlase, Lufthansa Private Jets, Spyker (het Nederlandse
automerk). Zelfs de chique bank MeesPierson is pontificaal aanwezig
met een grote stand.'
Draait Stalin zich om in het graf?
Even verder met achterstallige krantenlectuur: de NRC van zaterdag
ligt nog ongeopend, en dat mag natuurlijk niet. Gegroet voor heden,
Edith tovert nog een foto uit haar digitale Nikon. Prettige dag toegewenst:
Simon Vinkenoog.